Box 3 & jurisprudentie · 9 mei 2026 · 10 min leestijd

Hoge Raad-advies 8 mei 2026: niet-bezwaarmakers Box 3 krijgen geen teruggave — wat nu?

Op donderdag 8 mei 2026 publiceerde advocaat-generaal Pauwels van de Hoge Raad zijn conclusies in twee proefprocedures: niet-bezwaarmakers die tussen 2017 en 2020 te veel Box 3-belasting betaalden, hebben volgens hem géén recht op teruggave. Voor honderdduizenden Nederlanders die destijds geen tijdig bezwaar hebben gemaakt, is dit slecht nieuws — al zegt het advies niet alles. We leggen uit wat er precies geadviseerd is, wanneer de Hoge Raad uitspraak doet, en wat u nu nog kunt doen.

Het kerncijfer: AG Pauwels concludeert in zijn advies van 8 mei 2026 (ECLI:NL:PHR:2026:463, 456 en 457) dat de "nieuwe-jurisprudentie-uitzondering" verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel. Niet-bezwaarmakers kunnen zich daarom niet beroepen op het Kerstarrest van december 2021 om hun aanslagen alsnog verminderd te krijgen. De Hoge Raad volgt het advies van de AG in veel gevallen, maar is daartoe niet verplicht.

Wat is er op 8 mei gebeurd?

Advocaat-generaal (AG) Pauwels van de Hoge Raad heeft op 8 mei 2026 zijn conclusies gepubliceerd in twee proefprocedures over Box 3. Het gaat om zaken van rechtbank Den Haag en rechtbank Zeeland-West-Brabant, geselecteerd binnen de zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure. Het advies: niet-bezwaarmakers Box 3 over de jaren 2017-2020 kunnen zich níét beroepen op het Kerstarrest van 24 december 2021 om alsnog teruggave te krijgen.

Een conclusie van de AG is geen eindoordeel — het is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad. De Hoge Raad volgt het advies van de AG vaak, maar is daartoe niet wettelijk verplicht. Wanneer de Hoge Raad uitspraak doet, is op het moment van schrijven nog niet bekend.

Even terug — waar gaat dit eigenlijk over?

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad in het zogenoemde Kerstarrest dat het Box 3-stelsel zoals het sinds 2017 gold, in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De kern van het probleem: het forfaitaire rendement waarmee de Belastingdienst rekende, was vaak hoger dan het werkelijke rendement van een belastingplichtige — vooral voor mensen met overwegend spaargeld.

Wie tussen 2017 en 2020 op tijd bezwaar had aangetekend tegen zijn Box 3-aanslag, kreeg na het Kerstarrest teruggave op basis van het werkelijke rendement (zogenoemd "rechtsherstel"). Het ging om tienduizenden mensen en kostte de schatkist al circa € 2,8 miljard. Volgens de Miljoenennota komt daar nog circa € 9,8 miljard bovenop voor de jaren tot en met 2026.

Maar er is een veel grotere groep die geen bezwaar had gemaakt — vaak omdat ze niet wisten dat het kon, of omdat hun bedrag te laag leek om de moeite waard te zijn. Voor hen stonden de aanslagen "onherroepelijk vast". De vraag was: kunnen ook zij alsnog rechtsherstel krijgen? Op 20 mei 2022 oordeelde de Hoge Raad al dat dit niet kon — maar belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, koepels van belastingadviseurs) bleven aandringen op een nieuwe behandeling. De staatssecretaris richtte daarom in 2023 de massaalbezwaarplusprocedure op om vier proefzaken aan de Hoge Raad voor te leggen.

Wat zijn de feiten in de twee zaken?

De twee proefzaken waarin de AG nu advies heeft uitgebracht zijn:

In beide zaken heeft de belastingplichtige sprongcassatie ingesteld bij de Hoge Raad — een snelle juridische route waarbij de zaak direct van rechtbank naar Hoge Raad gaat zonder tussenstap bij het hof. De zaken zijn representatief geselecteerd voor honderdduizenden vergelijkbare gevallen.

Twee andere proefprocedures liepen parallel: rechtbank Noord-Holland (14 oktober 2025) en rechtbank Gelderland (3 april 2026) verklaarden óók beide beroepen ongegrond. Tegen Noord-Holland is hoger beroep ingesteld (geen sprongcassatie). De drie sporen wijzen vooralsnog allemaal dezelfde kant op: niet-bezwaarmakers krijgen geen rechtsherstel.

Het juridische hoofdpunt: de "nieuwe-jurisprudentie-uitzondering"

De juridische strijd gaat om één bepaling: artikel 45aa van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. Deze regelt dat de Belastingdienst een onherroepelijke aanslag uit eigen beweging kan verminderen ("ambtshalve verminderen") als blijkt dat die te hoog is — behalve als de onjuistheid voortvloeit uit jurisprudentie die pas later tot stand kwam. Dat heet de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering.

De vraag in cassatie was: doorstaat deze uitzondering de toets aan het evenredigheidsbeginsel? Ofwel: zijn de nadelige gevolgen voor de niet-bezwaarmakers proportioneel aan het doel dat de regelgever met deze uitzondering wil bereiken?

Volgens AG Pauwels zijn er drie gerechtvaardigde doelen die de uitzondering rechtvaardigen:

  1. Budgettaire belangen — voorkomen van miljardenuitgaven
  2. Uitvoerbaarheid — niet elke onherroepelijke aanslag kan worden opengebroken na een gewijzigde rechtsopvatting
  3. Rechtszekerheid — op enig moment moet een aanslag écht definitief zijn

De AG vindt dat de nadelen voor belastingplichtigen niet onevenredig zijn in verhouding tot deze doelen. Ook het feit dat de oorspronkelijke Box 3-heffing in strijd was met het EVRM, maakt volgens hem niet automatisch dat een afwijzing van ambtshalve vermindering "onredelijk bezwarend" is.

Wat betekent dit voor u concreet?

Het advies raakt drie groepen verschillend:

Groep 1 U maakte tijdig bezwaar tegen 2017-2020

U bent al gecompenseerd via de massaalbezwaarprocedure die in februari 2022 gegrond werd verklaard. Het advies van 8 mei 2026 raakt u niet — uw aanslagen zijn al verminderd op basis van werkelijk rendement.

Geen actie nodig. U hoorde bij de gelukkigen.

Groep 2 U maakte géén bezwaar 2017-2020, en uw werkelijke rendement was lager

U behoort tot de niet-bezwaarmakers. Als de Hoge Raad het advies overneemt, krijgt u géén teruggave over die jaren. Het maakt daarbij niet uit dat uw werkelijke rendement aanzienlijk lager was dan het forfaitaire — een fout in de wet kan u niet meer terugkrijgen omdat uw aanslagen onherroepelijk zijn.

Geen teruggave. SRA en andere koepels raden niet-bezwaarmakers nu aan om geen verzoek om ambtshalve vermindering meer in te dienen — er ligt al een collectieve afwijzing klaar.

Groep 3 Box 3-aanslagen vanaf 2021

Voor de jaren 2021 en later geldt iets anders: ook zonder bezwaar kunt u op basis van het werkelijke rendement worden belast als dat lager is dan het forfaitaire (de tegenbewijsregeling). Vanaf belastingjaar 2025 kunt u dit direct in de aangifte aangeven — niet meer via een apart formulier. Het advies van 8 mei raakt deze jaren niet.

Tegenbewijs blijft mogelijk. Onze post over de tegenbewijsregeling Box 3 2026 rekent uit voor wie het loont.

Wat zijn de scenario's vanaf hier?

De Hoge Raad heeft nog geen datum voor een uitspraak gepubliceerd. Op basis van de gangbare termijn (3-6 maanden na een AG-conclusie) zou een uitspraak ergens tussen augustus en november 2026 aannemelijk zijn. Dan zijn er drie mogelijkheden:

  1. Hoge Raad volgt advies AG (meest waarschijnlijk) — niet-bezwaarmakers krijgen definitief geen rechtsherstel. De Belastingdienst handelt alle massaalbezwaarplusverzoeken collectief af met een afwijzing.
  2. Hoge Raad wijkt af van advies AG (minder waarschijnlijk) — niet-bezwaarmakers krijgen alsnog recht op compensatie. Dat zou een nieuwe miljardenuitgave voor de schatkist betekenen — schattingen variëren van enkele miljarden tot ruim € 10 miljard, afhankelijk van scope en rendementsverschillen.
  3. Politieke ingreep — de minister van Financiën kan op grond van artikel 45aa zelf besluiten om voor deze groep af te wijken van de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering. In september 2022 heeft het kabinet besloten dit níét te doen, maar een nieuw kabinet kan anders beslissen.

Wat kunt u nu nog doen?

1. Voor 2017-2020: niets meer indienen

SRA en andere koepelorganisaties roepen niet-bezwaarmakers op om geen nieuwe verzoeken om ambtshalve vermindering in te dienen voor de jaren 2017-2020. Als de Hoge Raad onverhoopt anders beslist, past de Belastingdienst dit automatisch toe — u hoeft daar niet zelf voor te procederen.

2. Voor 2021-2024: controleer of tegenbewijs zin heeft

Voor de jaren ná 2020 kunt u — ook zonder bezwaar gemaakt te hebben — alsnog uitgaan van uw werkelijke rendement als dat lager is dan het forfaitaire. Tot belastingjaar 2024 kan dat via het Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR-formulier). Tot eind 2025 dienden 476.000 belastingplichtigen al een OWR-formulier in. Voor 2025 en later zit de keuze direct in de aangifte.

3. Voor uw aangifte 2025: laat 'm goed invullen

De aangifte 2025 (deadline 1 mei 2026 — uitstel mogelijk tot 1 september 2026) bevat de keuze tussen forfaitair en werkelijk rendement direct. De Belastingdienst rekent automatisch beide uit en past het voor u voordeligste resultaat toe — maar alléén als u de werkelijke-rendement-velden invult. Vergeten in te vullen kost u soms honderden euro's.

4. Volg de Hoge Raad-uitspraak

Onafhankelijk van het advies kan de Hoge Raad afwijken. Volg hogeraad.nl en de fiscale pers (FD, NU.nl, Fiscaal Vanmorgen) voor de uiteindelijke uitspraak. Bij een verrassing zal de Belastingdienst publiekelijk aankondigen hoe de afhandeling verloopt — u hoeft daar niet eigenstandig op vooruit te lopen.

Nieuwsupdate

Dit advies komt op een politiek beladen moment. Slechts twee dagen eerder publiceerde het Centraal Planbureau zijn rapport "De hoogste bomen vangen minder wind" waarin werd geconcludeerd dat het Nederlandse belastingstelsel ongelijkheid eerder versterkt dan tempert. Beide ontwikkelingen voeden de discussie over fundamentele Box 3-hervorming. Het kabinet streeft ernaar per 1 januari 2028 een heffing op werkelijk rendement in te voeren — een wetsvoorstel ligt sinds mei 2025 bij de Tweede Kamer.

Bronnen: Hoge Raad — Advies AG niet-bezwaarmakers Box 3 (8 mei 2026) · ECLI:NL:PHR:2026:463 (gemeenschappelijke bijlage) · ECLI:NL:PHR:2026:456 · ECLI:NL:PHR:2026:457 · SRA — Massaalbezwaarplusprocedure overzicht · Rijksoverheid — Box 3 rechtsherstel

Wettelijke basis: artikel 45aa Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (nieuwe-jurisprudentie-uitzondering); Hoge Raad 24 december 2021 (Kerstarrest) en 20 mei 2022 (eerste uitspraak niet-bezwaarmakers); Kamerbrief staatssecretaris Financiën 20 september 2022. Cijfers compensatie (€ 2,8 mrd al geboekt + € 9,8 mrd geraamd) afkomstig uit Miljoenennota. Aantal niet-bezwaarmakers ("honderdduizenden") en bezwaarmakers ("tienduizenden") betreft inschattingen uit fiscale en consumentenpers. Laatst gecheckt: 9 mei 2026 — Hoge Raad uitspraak nog niet gedaan.
Voor uw eigen situatie
Bereken in 5 minuten wat dit voor jou betekent

Onze gratis educatieve berekening geeft een algemene fiscale indicatie op basis van publieke 2026-tarieven — Box 1, 2 en 3, met partner-modus en alle aftrekposten.

Start gratis berekening →

Privacy · Contact · Methodiek · Blog

© 2026 SlimBelast · Educatieve berekening, geen persoonlijk advies