Box 3 & sparen · 9 mei 2026 · 8 min leestijd

Spaargeldforfait 2025 vs 2026: 1,37% definitief, 1,28% voorlopig — wat betekent dat?

Het spaargeldforfait voor belastingjaar 2025 is begin 2026 definitief vastgesteld op 1,37% (eerder voorlopig genoemd: 1,44%). Voor belastingjaar 2026 staat het voorlopig op 1,28%. Twee getallen die op het eerste gezicht klein zijn, maar voor wie aangifte doet over 2025 of een berekening voor 2026 maakt, doorslaggevend kunnen zijn. We leggen uit hoe deze cijfers tot stand komen, waarom ze verschillen, en hoeveel ze concreet schelen in uw box 3-belasting.

Het kerncijfer: bij € 100.000 spaargeld boven het heffingsvrij vermogen scheelt een verschil van 0,09 procentpunt (van 1,37% in 2025 naar 1,28% in 2026) circa € 32 in box 3-belasting per jaar. Lijkt klein, maar opgeteld over miljoenen spaarders gaat het om een aanzienlijk macro-bedrag. Bron: Belastingdienst.nl, vastgesteld op basis van DNB-spaarrentegegevens 2025.

Wat is het forfait — en waarom verandert het?

Box 3 belast vermogen op basis van een verondersteld rendement, het forfaitair rendement. Sinds 2023 werkt de Belastingdienst met drie categorieën, elk met een eigen forfait:

Het spaargeldforfait wordt voor elk belastingjaar achteraf definitief vastgesteld op basis van DNB-cijfers. De Belastingdienst neemt de gemiddelde bancaire rente op deposito's van huishoudens met een looptijd tot drie maanden, gemeten over januari tot en met november van het belastingjaar (waarbij november dubbel telt). Pas in januari na afloop van het belastingjaar volgt het definitieve cijfer.

De cijfers op een rij

JaarSpaargeld (banktegoeden)Beleggingen / overigSchuldenStatus
20241,44%6,04%2,61%Definitief
20251,37%5,88%2,70%Definitief (begin 2026)
20261,28%6,00%2,70%Voorlopig

Het belangrijke voor u: u doet nu (mei 2026) aangifte over belastingjaar 2025. Dat betekent dat het forfait van 1,37% geldt — niet de 1,28% van 2026. Wie deze cijfers verwart, betaalt of te veel of te weinig.

Verwar 2025 en 2026 niet: Het forfait dat u nu in uw aangifte 2025 ziet (over peildatum 1 januari 2025), is 1,37%. De 1,28% die u misschien op de Belastingdienst-website of in nieuwsberichten leest, slaat op belastingjaar 2026 — dat krijgt u pas met de aangifte volgend jaar te zien. Verschillende Belastingdienst-pagina's tonen verschillende cijfers afhankelijk van het jaar dat ze beschrijven.

Hoe wordt het forfait precies berekend?

Voor banktegoeden hanteert de Belastingdienst een specifieke methodologie:

  1. Bron: DNB-cijfers over de gemiddelde bancaire rente op deposito's van huishoudens met een looptijd ≤ 3 maanden
  2. Periode: januari tot en met november van het belastingjaar
  3. Weging: november telt dubbel mee — om de meest recente trend zwaarder te laten meewegen
  4. Vaststelling: begin volgend jaar definitief in een ministeriële regeling

Voor 2024 leverde dit 1,44% op. Voor 2025 daalde het naar 1,37% — een lichte daling die overeenkomt met de gemiddelde renteontwikkeling op spaarrekeningen. De spaarrente van banken voor vrij opneembaar spaargeld lag in 2025 tussen circa 1,2% en 1,6%; voor deposito's tussen 2,2% en 2,8%. De 1,37% ligt daar logisch tussenin.

Voor 2026 staat het voorlopige forfait op 1,28%. Dat sluit aan bij de licht verder gedaalde rentetrend in de eerste maanden van 2026. Het wordt pas in januari 2027 definitief.

Wat betekenen deze cijfers in euro's?

Drie scenario's, alle met fiscaal partner:

Profiel A Modaal spaargeld € 80.000 (samen)

Aangifte 2025 (heffingsvrij € 115.368 partners): vermogen onder vrijstelling → € 0 box 3-belasting.

Belasting: € 0. Wie binnen het heffingsvrije vermogen blijft, merkt niets van het forfait. Voor 2026 ligt het heffingsvrij vermogen bij partners op € 118.714 — ook deze huishouden valt nog binnen die grens.

Profiel B Spaargeld € 200.000 (samen)

Aangifte 2025: grondslag = € 200.000 − € 115.368 = € 84.632.
Forfait 1,37% × € 84.632 = € 1.159 fictief rendement.
Box 3-belasting = € 1.159 × 36% = € 417.

Voorlopig 2026: grondslag = € 200.000 − € 118.714 = € 81.286.
Forfait 1,28% × € 81.286 = € 1.040 fictief rendement.
Box 3-belasting = € 1.040 × 36% = € 374.

Verschil: ongeveer € 43 minder belasting in 2026 — door zowel hoger heffingsvrij vermogen als lager forfait. Een dubbele meevaller voor pure spaarders.

Profiel C Vermogend met spaargeld € 500.000 (samen)

Aangifte 2025: grondslag = € 500.000 − € 115.368 = € 384.632.
Forfait 1,37% × € 384.632 = € 5.269 fictief rendement.
Box 3-belasting = € 5.269 × 36% = € 1.897.

Voorlopig 2026: grondslag = € 500.000 − € 118.714 = € 381.286.
Forfait 1,28% × € 381.286 = € 4.880 fictief rendement.
Box 3-belasting = € 4.880 × 36% = € 1.757.

Verschil: circa € 140 minder belasting in 2026. Voor grotere vermogens is het effect navenant groter — al blijft het in absolute zin een paar honderd euro per jaar.

De relatie met de tegenbewijsregeling

Het forfait is een maximum sinds de Hoge Raad-jurisprudentie. Als uw werkelijke spaarrendement lager is dan het forfait, kunt u de tegenbewijsregeling gebruiken (in 2025-aangifte: directe keuze; voor jaren tot 2024: apart OWR-formulier).

Voorbeeld: u had € 200.000 op een spaarrekening met 1,2% rente. Werkelijk rendement = € 2.400. Forfait-rendement (over grondslag): zoals berekend hierboven, € 1.159 (2025). In dit geval is het forfait dus lager dan uw werkelijke rendement — en mag de Belastingdienst alleen het forfait belasten. Voor u is forfait dus voordeliger.

Andersom: u had € 200.000 op een rekening met slechts 0,5% rente. Werkelijk rendement = € 1.000. Forfait-rendement = € 1.159. Werkelijk is lager — dus invullen via tegenbewijsregeling levert u een lagere belasting op. Onze post over de tegenbewijsregeling Box 3 in 2026 laat zien wanneer dit echt loont.

Belangrijke nuance: vrijstelling vervalt bij tegenbewijs

Bij het kiezen voor werkelijk rendement vervalt het heffingsvrij vermogen — uw volledige rendement wordt belast (zonder drempel). Dat maakt tegenbewijs voor kleine vermogens (net boven heffingsvrij) vaak ongunstig, ook als het werkelijk rendement lager is. De Belastingdienst rekent in de aangifte over 2025 automatisch beide methodes uit en gebruikt het voor u voordeligste — maar alleen als u de werkelijke-rendement-velden actief invult.

Voor wie loont het om dit te weten?

Vooruitblik 2027

De forfaitaire systematiek heeft nog een beperkte houdbaarheid. Het kabinet streeft ernaar per 1 januari 2028 over te gaan op een heffing op werkelijk rendement (Wet werkelijk rendement box 3). Het wetsvoorstel ligt sinds mei 2025 bij de Tweede Kamer; behandeling loopt. Tot die tijd blijft het forfait bestaan — met elk jaar een licht ander cijfer voor banktegoeden en schulden.

Voor wie nu plant: wees ervan bewust dat het systeem in 2028 fundamenteel verandert. Wat nu voordelig is (forfait lager dan werkelijk) kan dan andersom uitvallen. Reken niet op fiscale stabiliteit en plan met flexibiliteit.

Praktisch: wat te doen?

  1. Voor uw aangifte 2025: gebruik 1,37% voor spaargeld. Niet 1,44% (oude voorlopige waarde) en niet 1,28% (geldt voor 2026).
  2. Voor berekeningen 2026: gebruik 1,28%. Dit is voorlopig; in januari 2027 volgt de definitieve waarde — verwacht een lichte aanpassing van enkele basispunten.
  3. Bij vermogen vlak boven heffingsvrij: reken altijd na of werkelijk-rendement-keuze loont. Bij volledig spaargeld met rente onder forfait: vaak ja. Bij gemengd vermogen met beleggingen: vaak niet.
  4. Plan vooruit naar 2028: houd de wetgeving werkelijk rendement in de gaten — die kan uw fiscale positie wezenlijk veranderen.
Bronnen: Belastingdienst — Forfaitair rendement Box 3 · Evi van Lanschot — Tips aangifte 2025 (forfaits 2025) · Van Lanschot Kempen — Box 3 forfaitaire rendementen · DNB — Bancaire rentestatistieken (basis voor forfait) · Rijksoverheid — Box 3 rechtsherstel en overbruggingswet

Cijfers gecheckt op 9 mei 2026 (Belastingdienst.nl en Evi van Lanschot publicatie 11 maart 2026): forfait 2025 spaargeld 1,37% (definitief, was eerder voorlopig genoemd 1,44%); 2025 beleggingen 5,88% (definitief); 2025 schulden 2,70% (definitief). Voor 2026: spaargeld voorlopig 1,28%, beleggingen 6,00% (al definitief), schulden voorlopig 2,70%. Heffingsvrij vermogen 2025 € 57.684 / € 115.368 partners; 2026 € 59.357 / € 118.714 partners. Box 3-tarief beide jaren 36%. Voorbeeldberekeningen exclusief eventuele groene-beleggingenvrijstelling.
Voor uw eigen situatie
Bereken in 5 minuten wat dit voor jou betekent

Onze gratis educatieve berekening geeft een algemene fiscale indicatie op basis van publieke 2026-tarieven — Box 1, 2 en 3, met partner-modus en alle aftrekposten.

Start gratis berekening →

Privacy · Contact · Methodiek · Blog

© 2026 SlimBelast · Educatieve berekening, geen persoonlijk advies