Box 3 · 9 mei 2026 · 11 min leestijd

Tegenbewijsregeling Box 3 in 2026: voor wie loont het écht?

Ruim 476.000 Nederlanders dienden tot december 2025 al een tegenbewijs in voor Box 3 — vaak in de hoop honderden of duizenden euro's terug te krijgen. Maar voor lang niet iedereen levert het iets op. We rekenen vijf concrete profielen door voor 2026 zodat u kunt zien of het in uw situatie de moeite waard is.

De allerbelangrijkste regel: de tegenbewijsregeling levert alleen geld op als uw werkelijke rendement in 2026 lager is dan het fictieve rendement. U betaalt nooit méér door tegenbewijs te leveren — alleen het voordeligste van de twee telt.

Wat is de tegenbewijsregeling — kort uitgelegd

De Belastingdienst rekent in Box 3 sinds jaren met fictieve rendementen: vaste percentages per vermogenscategorie. Voor 2026 zijn die: 1,28% voor spaargeld (voorlopig), 6,00% voor beleggingen en overige bezittingen, en 2,70% voor schulden (voorlopig). Over het saldo betaalt u 36% belasting.

Sinds de "D-day-arresten" van de Hoge Raad (juni 2024) staat vast dat dit systeem in strijd is met het eigendomsrecht zodra het werkelijke rendement lager is. De Wet tegenbewijsregeling box 3 — door de Eerste Kamer aangenomen op 8 juli 2025 — geeft u het recht om aan te tonen wat u écht heeft verdiend.

Vanaf belastingjaar 2025 is de tegenbewijsregeling geïntegreerd in de gewone aangifte inkomstenbelasting — geen apart formulier "Opgaaf werkelijk rendement" (OWR) meer nodig. Voor 2024 en eerder gebruikt u nog wel het OWR-formulier via Mijn Belastingdienst.

Let op — geen heffingsvrij vermogen: bij de tegenbewijsregeling vergelijkt u uw volledige werkelijke rendement (zonder aftrek van het heffingsvrij vermogen van € 59.357) met het volledige fictieve rendement. Dat maakt het voor mensen die net boven de vrijstelling zitten vaak ongunstig.

De spelregels: hoe bereken je werkelijk rendement?

Het werkelijke rendement omvat álles wat u over uw vermogen heeft verdiend — of verloren — in 2026:

Wat niet mag:

Wel mag u rente die u heeft betaald op een Box 3-schuld in mindering brengen.

Vijf profielen doorgerekend voor 2026

De vraag is steeds dezelfde: is uw werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement? Hieronder rekenen we vijf veelvoorkomende situaties door. Alle bedragen zijn gebaseerd op publieke 2026-tarieven.

Profiel 1 De zuinige spaarder

Situatie: Alleenstaand, € 100.000 spaargeld op een Nederlandse spaarrekening met 1,5% rente. Geen beleggingen, geen schulden.

BerekeningBedrag
Vermogen op 1 januari 2026€ 100.000
Heffingsvrij vermogen (alleenstaand)− € 59.357
Grondslag sparen en beleggen€ 40.643
Fictief rendement (1,28% × € 100.000)€ 1.280
Box 3-belasting fictief (36% over aandeel boven vrijstelling)€ 187
Werkelijk rendement (1,5% × € 100.000)€ 1.500
Loont niet. Werkelijk rendement (€ 1.500) is hóger dan fictief rendement (€ 1.280). Tegenbewijs leveren maakt het juist duurder — gelukkig is dat onmogelijk: de Belastingdienst gebruikt automatisch het voordeligste. Geen actie nodig.

Profiel 2 De ongelukkige belegger

Situatie: Alleenstaand, € 200.000 in aandelen op 1 januari 2026. Door slechte beursresultaten staat de portefeuille op 31 december op € 188.000. Het jaar leverde € 2.500 dividend op.

BerekeningBedrag
Beleggingswaarde 1 januari 2026€ 200.000
Fictief rendement (6% × € 200.000)€ 12.000
Box 3-belasting fictief€ 2.532
Werkelijk: dividend+ € 2.500
Werkelijk: waardedaling (€ 188.000 − € 200.000)− € 12.000
Werkelijk rendement totaal− € 9.500 → € 0
Box 3-belasting werkelijk (€ 0 × 36%)€ 0
Loont enorm. Besparing: € 2.532. Negatief rendement wordt op € 0 gezet, maar dat is alsnog veel lager dan het fictieve € 12.000. Tegenbewijs leveren is hier evident voordelig.

Profiel 3 De gemiddelde belegger

Situatie: Alleenstaand, € 200.000 in een gespreid wereldwijd ETF-portefeuille. Markt eindigde 2026 op +7%. Geen dividend (accumulerend ETF).

BerekeningBedrag
Beleggingswaarde 1 januari 2026€ 200.000
Fictief rendement (6% × € 200.000)€ 12.000
Werkelijk: waardestijging (€ 214.000 − € 200.000)+ € 14.000
Werkelijk rendement totaal€ 14.000
Loont niet. Werkelijk rendement (€ 14.000) is hoger dan fictief (€ 12.000). De Belastingdienst gebruikt automatisch het voordeligste — dus u betaalt sowieso het lagere fictieve bedrag. Geen actie nodig, maar ook geen extra voordeel uit tegenbewijs.

Profiel 4 Vastgoedeigenaar met verhuurde woning

Situatie: Alleenstaand, een verhuurde woning met WOZ-waarde € 320.000 op 1 januari 2026. Jaarlijkse netto-huuropbrengst € 12.000. WOZ-waarde stijgt door bevriezing markt naar € 322.000 per 31 december. Geen overige Box 3-bezittingen.

BerekeningBedrag
WOZ-waarde 1 januari 2026€ 320.000
Fictief rendement (6% × € 320.000)€ 19.200
Werkelijk: huur (na aftrek niet toegestaan, dus bruto)+ € 12.000
Werkelijk: WOZ-stijging+ € 2.000
Werkelijk rendement totaal€ 14.000
Loont. Werkelijk rendement (€ 14.000) is € 5.200 lager dan fictief (€ 19.200). Belastingbesparing: € 5.200 × 36% = € 1.872. Bij krappe huurmarkt en stagnerende WOZ kan dit jaarlijks lonen — bewaar uw huurcontract en WOZ-beschikkingen.

Profiel 5 Crypto-belegger met volatiel jaar

Situatie: Alleenstaand, € 80.000 aan crypto op 1 januari 2026. Bitcoin daalde, portefeuille eindigt op € 65.000. In de loop van het jaar is voor € 5.000 bijgekocht en voor € 12.000 verkocht.

BerekeningBedrag
Cryptowaarde 1 januari 2026€ 80.000
Fictief rendement (6% × € 80.000)€ 4.800
Eindwaarde 31 december€ 65.000
Min beginwaarde− € 80.000
Min aankopen tijdens jaar− € 5.000
Plus verkopen tijdens jaar+ € 12.000
Werkelijk rendement− € 8.000 → € 0
Loont. Werkelijk rendement is negatief en wordt op € 0 gezet — fors lager dan het fictieve € 4.800. Besparing: € 4.800 × 36% = € 1.728. Cruciaal: bewaar transactie-overzichten van uw broker, want koersbewijs van crypto-platforms is later moeilijk te reconstrueren.

De vuistregels — wanneer wel en wanneer niet?

Op basis van deze profielen en de cijfers van de Belastingdienst zijn er een aantal duidelijke patronen:

Tegenbewijs loont waarschijnlijk wél als u…

Tegenbewijs loont waarschijnlijk níét als u…

De koepelregel: hoe groter uw vermogen én hoe slechter het rendement, hoe sneller tegenbewijs loont. Bij vermogens onder € 100.000 is de besparing zelden groot genoeg om de administratieve rompslomp te rechtvaardigen.

Hoe geeft u het werkelijk rendement door?

Voor belastingjaar 2025 en later

Vanaf belastingjaar 2025 is dit geïntegreerd in de aangifte inkomstenbelasting via Mijn Belastingdienst. De Belastingdienst vraagt automatisch of u uw werkelijke rendement wilt opgeven. U vult dan per categorie in:

De Belastingdienst rekent vervolgens beide uitkomsten door en past automatisch de voordeligste toe.

Voor belastingjaar 2024 en eerder

Voor oudere jaren gebruikt u het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) via Mijn Belastingdienst. Voor belastingjaar 2021 kunt u dat nog tot eind 2026 doen — daarna verloopt de termijn.

Bewaar bewijs. U hoeft geen bewijsstukken mee te sturen, maar de Belastingdienst kan ze later opvragen. Bewaar minstens 5 jaar: jaaroverzichten van banken en brokers, dividendbrieven, huurovereenkomsten, WOZ-beschikkingen, transactie-exports van crypto-exchanges.

Wat staat er voor 2027 en daarna te gebeuren?

De tegenbewijsregeling is bedoeld als tijdelijke oplossing. Het kabinet werkt aan de Wet werkelijk rendement box 3, die volgens planning op 1 januari 2028 in werking treedt — een jaar later dan oorspronkelijk voorzien. De Tweede Kamer keurde dit voorstel op 12 februari 2026 goed.

Vanaf 2028 zou belasting standaard worden geheven over het werkelijke rendement: rente, dividend, huur en waardestijgingen. Voor onroerende zaken en aandelen in start-ups komt waarschijnlijk een vermogenswinstbelasting (heffing pas bij verkoop). Of de invoering haalbaar is hangt af van politieke en uitvoeringstechnische haken — de Tweede Kamer moet het wetsvoorstel uiterlijk maart 2026 hebben behandeld, anders schuift het mogelijk op naar 2029.

Tot het zover is blijft het hybride: forfaitair stelsel met tegenbewijsmogelijkheid. Voor 2026 en 2027 zijn de spelregels die we hierboven beschreven.

Conclusie — moet u tegenbewijs gaan leveren?

Voor de meeste spaarders en gemiddelde beleggers is het antwoord nee — uw werkelijke rendement zit dicht bij of boven het fictieve, en de Belastingdienst kiest sowieso het voordeligste voor u. Voor vastgoedbeleggers met stagnerende WOZ, beleggers in een slecht jaar, en crypto-houders kan het flink lonen — al snel € 1.000 - € 5.000 per jaar.

De simpelste check: gebruik onze gratis berekening om uw fictieve Box 3-belasting te berekenen, en vergelijk die uitkomst met uw werkelijke rendement uit jaaroverzichten. Als de fictieve heffing duidelijk hoger uitkomt dan 36% van uw werkelijke rendement, is een gang naar de aangifte (of een fiscalist) zeker de moeite waard.

Bronnen en verdieping:
Belastingdienst — Wat is mijn werkelijk rendement · Belastingdienst — Rekenvoorbeelden werkelijk rendement · Rijksoverheid — Tijdlijn rechtsherstel box 3 · Belastingplan 2026 — Memorie van toelichting

Cijfers: 476.000 OWR-formulieren tot 8 december 2025 (Kamerbrief Staatssecretaris Heijnen, december 2025). Forfaits 2026 (Belastingdienst.nl): 6,00% beleggingen (definitief), 1,28% spaargeld (voorlopig), 2,70% schulden (voorlopig). Laatst gecheckt: 9 mei 2026.
Voor uw eigen situatie
Bereken in 5 minuten wat dit voor jou betekent

Onze gratis educatieve berekening geeft een algemene fiscale indicatie op basis van publieke 2026-tarieven — Box 1, 2 en 3, met partner-modus en alle aftrekposten.

Start gratis berekening →

Privacy · Contact · Methodiek · Blog

© 2026 SlimBelast · Educatieve berekening, geen persoonlijk advies