Berekeningsmethodiek

Volledige uitleg van alle berekeningen, tarieven en aannames in de SlimBelast 2026 calculator. Alle bedragen zijn gebaseerd op de publiek beschikbare Nederlandse belastingtarieven (Belastingplan 2026). SlimBelast is niet gelieerd aan de Belastingdienst en deze pagina vormt geen fiscaal advies — uitsluitend educatieve uitleg ter oriëntatie. Laatst bijgewerkt: mei 2026 — uitgebreid met fiscaal partnerschap, vrije toedeling van box 3 vermogen, saldo eigen woning en persoonsgebonden aftrek, plus actualisering Hillen-aftrek 2026 (71,867%), villatax-grens (€1.350.000) en tariefcorrectie 11,94%. Update mei 2026: KIA-staffel naar 2026-grenzen (€71.683 / €132.746 / €398.236 / 7,56% afbouw / max €20.072), MKB-winstvrijstelling correct na zelfstandigen+startersaftrek, MKB-vrijstelling onder tariefcorrectie, auto van de zaak nu correct als fictief inkomen behandeld voor netto-cashflow, fiscaal partner box 2 verdeling. Update juni 2026: Expatregeling (30%-ruling) volledig geïmplementeerd — vlakke 30% over bruto loon (incl. vakantiegeld, bonus, bijtelling), Balkenende-cap €262.000, salarisnormen 2026 (€48.013 / €36.497 / geen norm voor wetenschappers), gedeeltelijke vrijstelling met waarschuwing als belastbaar deel onder norm zou zakken, nieuwe methodiek-sectie 1C.

Inhoudsopgave
1Box 1 — Werk & woning

Box 1 belast inkomen uit werk, eigen woning en aftrekposten. Voor 2026 gelden drie belastingschijven (jonger dan 67 jaar):

SchijfInkomenTarief
Schijf 1tot € 38.88335,75%
Schijf 2€ 38.883 – € 78.42637,56%
Schijf 3vanaf € 78.42649,50%

Voor AOW-gerechtigden geldt in schijf 1 een verlaagd tarief van 17,85%. De schijven zelf blijven gelijk.

Berekeningsvolgorde

Eigenwoningforfait

Bij een eigen woning telt een fictief inkomen mee, gebaseerd op de WOZ-waarde. Voor 2026 geldt de volgende staffel:

WOZ tot € 12.500 → 0%
WOZ € 12.500 – € 25.000 → 0,10% × WOZ
WOZ € 25.000 – € 50.000 → 0,20% × WOZ
WOZ € 50.000 – € 75.000 → 0,25% × WOZ
WOZ € 75.000 – € 1.350.0000,35% × WOZ
WOZ boven € 1.350.000 → € 4.725 + 2,35% × (WOZ − € 1.350.000) (villatax)

De villatax-grens is per 2026 verhoogd van € 1.310.000 (2025) naar € 1.350.000. Boven die grens betaalt u over het meerdere een fors hoger tarief van 2,35%, waardoor het EWF voor zeer dure woningen snel oploopt.

Voorbeeld 1 — gewone woning
Bruto inkomen € 65.000, hypotheekrente € 8.000, WOZ € 400.000.
Eigenwoningforfait = 0,35% × € 400.000 = € 1.400
Saldo eigen woning = € 8.000 − € 1.400 = € 6.600 (aftrekpost)
Belastbaar inkomen = € 65.000 − € 6.600 = € 58.400

Saldo eigen woning & Hillen-aftrek 2026

Het saldo eigen woning = aftrekbare hypotheekrente + aankoopkosten + oversluitkosten eigenwoningforfait. Dit saldo kan positief (aftrekpost) of negatief (bijtelling) zijn:

Bij de Wet Hillen wordt een groot deel van het verschil teruggegeven als aftrek. Sinds 2019 wordt deze aftrek echter geleidelijk afgebouwd. Het Belastingplan 2026 versnelt deze afbouw van 3,33% naar 4,8% per jaar:

Hillen-aftrek 2026 = 71,867% × (EWF − rente)
Resterende bijtelling 2026 = 28,133% × (EWF − rente)

Ter vergelijking: 2025 was 76,67%, en 2024 was 80,00%. De Hillen-aftrek verdwijnt volledig in 2041.

Voorbeeld 2 — Hillen-situatie (bijna afgeloste hypotheek)
Hypotheekrente € 1.000, WOZ € 400.000 → EWF = € 1.400
Verschil = € 1.400 − € 1.000 = € 400 (zou bijtelling zijn)
Hillen-aftrek = 71,867% × € 400 = € 287
Netto bijtelling = 28,133% × € 400 = € 113
Belastbaar inkomen wordt met € 113 verhoogd (in plaats van met € 400 zonder Hillen).

Tariefcorrectie aftrekposten 2026 (37,56% plafond)

Hypotheekrenteaftrek en bepaalde andere aftrekposten worden in 2026 maximaal aftrekbaar tegen 37,56% — ook als u in de hoogste schijf (49,50%) zit. Dit gebeurt via een tariefcorrectie: voor het deel van de aftrek dat in de 49,5%-schijf valt, telt de Belastingdienst 11,94% terug bij uw belasting.

Tariefcorrectie = (49,50% − 37,56%) = 11,94% × deel aftrek in toptariefschijf

De tariefcorrectie geldt voor de eigen-woning-aftrek (saldo eigen woning), partneralimentatie, specifieke zorgkosten boven drempel, giftenaftrek, ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Lijfrente en reisaftrek vallen er niet onder — die blijven aftrekbaar tegen het volledige marginale tarief.

Voorbeeld 3 — tariefcorrectie bij hoog inkomen
Bruto inkomen € 100.000, saldo eigen woning aftrek € 13.250.
Belastbaar inkomen vóór aftrek € 100.000 — daarvan ligt € 21.574 boven € 78.426 (top-schijf).
Aftrekdeel in top-schijf = MIN(€ 13.250, € 21.574) = € 13.250
Tariefcorrectie = € 13.250 × 11,94% = € 1.582 (komt erbij in de belasting)
Effectief aftrektarief = 49,50% − 11,94% = 37,56%
Voorbeeld 4 — tariefcorrectie bij ondernemer met hoog inkomen
Winst uit onderneming € 100.000, ZZP'er, geen starter.
Zelfstandigenaftrek = € 1.200
MKB-winstvrijstelling = (€ 100.000 − € 1.200) × 12,7% = € 12.548
Totaal getariefcorrigeerde aftrek = € 1.200 + € 12.548 = € 13.748
Belastbaar inkomen na aftrek = € 100.000 − € 13.748 = € 86.252
Vóór aftrek lag € 21.574 boven € 78.426; aftrekdeel in top-schijf = MIN(€ 13.748, € 21.574) = € 13.748
Tariefcorrectie = € 13.748 × 11,94% = € 1.641 (komt erbij in de belasting)
Effect: ondernemers met hoog inkomen krijgen hun MKB-winstvrijstelling ook tegen 37,56%, niet tegen 49,5%.

Bron Eigenwoningforfait 2026: Belastingdienst — Eigenwoningforfait · Bron Wet Hillen 2026: Belastingdienst — Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld · Bron Tariefcorrectie 2026: Belastingdienst — Tariefsaanpassing aftrekposten bij hoog inkomen · TaxLive — Belastingschijven en tarieven 2026 · Wet IB 2001 art. 2.10 lid 2.

1BSalariscomponenten & werkgeverregelingen

Naast uw maandsalaris zijn er meerdere componenten die uw bruto en netto inkomen beïnvloeden. Deze sectie legt uit hoe vakantiegeld, een 13e maand, bonussen, bijtelling voor de auto van de zaak, en onbelaste werkgeververgoedingen worden behandeld in onze calculator.

Vakantiegeld, 13e maand & bonus

Deze drie componenten vallen onder uw bruto loon en worden belast tegen hetzelfde tarief als uw reguliere salaris. Er is geen apart "bonustarief" in Nederland — alle uitkeringen worden via de loonheffing belast volgens uw inkomensschijf.

ComponentStandaardberekeningBehandeling
Vakantiegeld8% van bruto jaarsalarisBelast als bruto loon (Box 1)
13e maand1/12 van bruto jaarsalarisBelast als bruto loon (Box 1)
Bonus / eindejaars­uitkeringEenmalig bedragBelast als bruto loon (Box 1)

De calculator telt deze bedragen op bij uw basisloon en past dezelfde schijftarieven toe (35,75% / 37,56% / 49,50%). Heffings­kortingen (AHK, arbeids­korting, IACK) gelden ook over dit verhoogde inkomen.

Voorbeeld — vakantiegeld erbij
Basis bruto € 50.000, vakantiegeld € 4.000.
Totaal bruto = € 54.000
Schijf 1 (€ 38.883 × 35,75%) = € 13.901
Schijf 2 (€ 15.117 × 37,56%) = € 5.678
Bruto belasting = € 19.579 (vóór heffings­kortingen)

Auto van de zaak — bijtelling

Wanneer u zakelijk een auto rijdt die ook privé wordt gebruikt (≥ 500 privé­kilometers per jaar), telt een percentage van de cataloguswaarde mee als loon in natura. Dit verhoogt uw belastbaar inkomen voor de berekening van inkomstenbelasting — maar u ontvangt dit bedrag niet als geld.

Belangrijk — bijtelling is fictief inkomen

De bijtelling werkt als een extra belastingdruk, niet als extra geld in uw zak. Concreet: stel u verdient € 60.000 bruto en heeft een leaseauto met € 11.000 bijtelling. De Belastingdienst rekent uw belasting alsof u € 71.000 verdient, maar uw werkgever maakt nog steeds € 60.000 aan u over (minus de hogere loonheffing). U betaalt dus extra belasting over het privégebruik van de auto, zonder dat uw bruto loon stijgt.

Type autoBijtellings­percentage 2026
Benzine, diesel, hybride (PHEV)22% over volledige cataloguswaarde
Volledig elektrisch (BEV)17% tot € 30.000, 22% boven dat bedrag
Auto ouder dan 15 jaar35% over dagwaarde (i.p.v. cataloguswaarde)

Eigen bijdrage

Een eigen bijdrage die u aan uw werkgever betaalt voor privégebruik wordt afgetrokken van de bijtelling, mits dit schriftelijk is vastgelegd. De bijtelling kan nooit onder nul uitkomen — bijdragen die de bijtelling overstijgen zijn niet aftrekbaar.

Bijtelling jaar = (cataloguswaarde × tarief) − (eigen bijdrage per maand × 12)
Met als ondergrens: 0

Hoe SlimBelast dit verwerkt

Onze calculator volgt deze methodiek:

  1. Bijtelling wordt opgeteld bij uw bruto loon voor de belastingberekening;
  2. Box 1 belasting wordt berekend over loon + bijtelling;
  3. Voor uw netto besteedbaar inkomen trekken we de bijtelling weer af — u ontvangt namelijk alleen het werkelijk uitbetaalde loon;
  4. De extra belasting is daarmee de werkelijke kost van privégebruik.
Volledig voorbeeld — benzineauto € 50.000
Loon: € 60.000/jr · cataloguswaarde € 50.000 · benzine 22% · eigen bijdrage € 0
Bijtelling = € 50.000 × 22% = € 11.000/jr
Belastbaar inkomen = € 60.000 + € 11.000 = € 71.000
Belasting box 1 over € 71.000 ≈ € 21.458 (na heffingskortingen)
Werkgever maakt over: € 60.000 − € 21.458 = netto € 38.542/jr
Zonder leaseauto: belasting over € 60.000 ≈ € 16.013, netto = € 43.987
Werkelijke kost privégebruik = € 43.987 − € 38.542 = € 5.445/jr

Onbelaste werkgever­vergoedingen

Sommige vergoedingen die uw werkgever betaalt zijn — binnen wettelijke grenzen — vrij van loonbelasting en sociale premies. Ze tellen niet mee bij uw bruto inkomen voor belastingberekening, maar wel bij wat u netto in handen krijgt.

VergoedingMaximum onbelast 2026Behandeling
Thuiswerk­vergoeding€ 2,40 per thuiswerkdagVolledig onbelast tot maximum
Reiskosten­vergoeding (woon-werk)€ 0,23 per kmVolledig onbelast tot maximum

De calculator berekent deze automatisch op basis van uw invoer:

Thuiswerk: dagen per week × € 2,40 × 46 weken
(46 weken = 52 weken − vakantie en feestdagen, gangbare aanname)

Reiskosten: kilometers (enkele reis) × 2 × € 0,23 × dagen per jaar
(× 2 voor heen- en terugreis)
Voorbeeld — combinatie vergoedingen
2 dagen thuiswerk per week + 25 km enkele reis × 100 reisdagen.
Thuiswerk = 2 × € 2,40 × 46 = € 221
Reiskosten = 25 × 2 × € 0,23 × 100 = € 1.150
Totaal onbelast = € 1.371 netto extra in handen.
Bij toptarief van 49,5% zou ditzelfde bedrag bruto € 2.715 hebben gekost.

Aftrekposten op bruto loon (pre-aftrek)

Verschillende premies en bijdragen worden door uw werkgever ingehouden vóórdat de loonbelasting wordt berekend. Deze verminderen uw belastbaar inkomen direct.

ComponentWie betaaltEffect
Pensioen­premie werknemerU (via werkgever ingehouden)Verlaagt belastbaar Box 1 inkomen
WW-premie werknemerU (indien apart)Verlaagt belastbaar Box 1 inkomen
WIA / WGA-premieUVerlaagt belastbaar Box 1 inkomen
PAWW, vakbond, etc.UVerlaagt belastbaar Box 1 inkomen

De calculator ondersteunt zowel jaar­bedragen als maand­bedragen via een toggle. Vult u maandbedragen in, dan worden deze automatisch met 12 vermenigvuldigd voor de jaarberekening.

Bron: belastingdienst.nl — Auto van de zaak · Onkosten­vergoedingen 2026

1CExpatregeling (30%-ruling)

De expatregeling — in de wandelgangen nog vaak 30%-regeling genoemd — is een fiscale faciliteit voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gerekruteerd voor specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. De werkgever mag tot 30% van het bruto loon belastingvrij uitkeren als vergoeding voor zogenaamde extraterritoriale kosten (verhuis-, woon-, en levenskosten gerelateerd aan de internationale verhuizing).

Hoe werkt het in de praktijk?

De afgesproken bruto vergoeding wordt op de loonstrook gesplitst in twee componenten:

De werknemer ontvangt nog steeds het volledige bruto bedrag, maar betaalt veel minder belasting. Bij hogere inkomens kan dit per jaar duizenden euro's schelen.

Voorwaarden 2026

EisDetail
WerknemerschapVerplicht in dienstverband. Zelfstandigen / ondernemers (winst uit onderneming) komen niet in aanmerking.
Specifieke deskundigheidSchaars op de Nederlandse arbeidsmarkt. In de praktijk via salarisnorm getoetst.
150 km-criteriumU moet meer dan 16 van de 24 maanden vóór indiensttreding op meer dan 150 km hemelsbreed van de Nederlandse grens hebben gewoond.
LooptijdMaximaal 60 maanden (5 jaar) per werkgever.
Gezamenlijk verzoekWerknemer én werkgever vragen samen aan bij de Belastingdienst, idealiter binnen 4 maanden na indiensttreding.

Salarisnormen 2026

Het belastbaar loon (de 70%-component na 30%-aftrek) moet boven een minimum salarisnorm blijven, anders vervalt het recht op de regeling voor dat jaar:

CategorieMinimaal belastbaar loon (na 30%-aftrek)Equivalent bruto
Reguliere werknemer€ 48.013≈ € 68.590
Onder 30 jaar met master-titel€ 36.497≈ € 52.139
Wetenschappelijk onderzoeker / arts in opleidinggeen normn.v.t.

De master-titel moet door het IDW (Internationale Diploma Waardering) zijn erkend of vooraf door de Belastingdienst zijn goedgekeurd.

Maximumbedrag — Balkenende-norm

Sinds 2024 geldt een cap: het loon waarover de 30% wordt berekend, is gemaximeerd op de zogenaamde WNT-norm (Wet Normering Topinkomens), in 2026 vastgesteld op € 262.000. Hieruit volgt dat de maximale belastingvrije vergoeding € 78.600 per jaar bedraagt (30% × € 262.000). Inkomen boven dat bedrag is volledig belast tegen de gebruikelijke schijftarieven.

Voorbeeld 1 — € 100.000 bruto, regulier
Bruto loon (incl. vakantiegeld + bonus + bijtelling auto) = € 100.000
30%-vrijstelling = € 30.000 (belastingvrij)
Belastbaar loon (70%) = € 70.000 (boven norm € 48.013 ✓)

Belasting Box 1 over € 70.000: ca. € 21.000 (na heffings­kortingen)
Netto cashflow = € 100.000 − € 21.000 = € 79.000

Vergelijking zonder 30%-regeling:
Belasting over € 100.000: ca. € 37.300
Netto cashflow = € 62.700
Voordeel: ca. € 16.300 per jaar
Voorbeeld 2 — € 60.000 bruto, regulier (norm-fallback)
Bruto loon = € 60.000
Volle 30% zou € 18.000 zijn → belastbaar zou € 42.000 worden
Maar dat ligt onder de salarisnorm € 48.013!

Daarom: vrijstelling wordt verlaagd tot € 11.987 (= € 60.000 − € 48.013)
Belastbaar loon = € 48.013 (precies op de norm)
U mist hierdoor € 6.013 aan belastingvrij voordeel.

Tip: bij dit salaris is volledige expatregeling pas mogelijk vanaf bruto € 68.590.
Voorbeeld 3 — € 280.000 bruto (Balkenende-cap)
Bruto loon = € 280.000
Cap toegepast: 30% × min(€ 280.000, € 262.000) = € 78.600 vrijstelling
Belastbaar loon = € 280.000 − € 78.600 = € 201.400
€ 18.000 (boven cap) wordt volledig belast tegen 49,50% top­tarief.

Wat valt wèl onder de 30%-grondslag?

Het reguliere loon en de meeste loon­componenten:

Wat valt NIET onder de 30%-grondslag?

Veranderingen 2027 — vooruitzicht

Voor wie sinds 1 januari 2024 of later instroomt, wordt het percentage per 1 januari 2027 verlaagd van 30% naar 27%. Tegelijk worden de salarisnormen extra verhoogd (bovenop de jaarlijkse indexering). Werknemers die vóór 2024 al de regeling toepasten, behouden 30% voor de hele resterende looptijd (overgangsrecht).

Het eerder aangekondigde "30/20/10-systeem" (waarbij het percentage in stappen zou aflopen tijdens de 5-jarige looptijd) is per 2025 teruggedraaid. Voor 2025 en 2026 geldt het volledige vlakke 30%-tarief gedurende de hele looptijd.

Partieel buitenlandse belastingplicht (vervalt 2026)

Voorheen konden 30%-regeling gebruikers kiezen voor de "partial non-resident" status, waardoor hun box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (vermogen) buitenlandse bezittingen niet belast werden in Nederland. Deze faciliteit is per 1 januari 2025 afgeschaft. Voor wie eind 2023 al de regeling toepaste geldt nog overgangsrecht tot 31 december 2026 — daarna geen vrijstelling meer.

De calculator past geen partial non-resident status toe; alle vermogen wordt gewoon meegenomen in box 3.

Hoe past de calculator dit toe?

Activeert u de toggle "Expatregeling (30%-ruling)" in de calculator, dan:

  1. Berekent de tool de 30%-vrijstelling: min(bruto, € 262.000) × 0,30
  2. Test of het belastbare deel (70%) boven uw salarisnorm uitkomt; zo niet, dan verlaagt het de vrijstelling tot precies de norm wordt geraakt en toont een waarschuwing
  3. Berekent Box 1 belasting alleen over het belastbare deel
  4. Bij netto cashflow telt het de 30%-vergoeding wèl mee als ontvangen geld (in tegenstelling tot bijtelling, dat fictief inkomen is)
  5. Werkt zowel voor Partner 1 als Partner 2 (beide kunnen onafhankelijk de regeling hebben)

Bron: belastingdienst.nl — 30%-regeling · business.gov.nl — Expat scheme · government.nl — 30% facility

2Box 2 — Aanmerkelijk belang

Box 2 belast inkomen uit aanmerkelijk belang (≥5% aandelen in een vennootschap). Twee schijven in 2026:

SchijfInkomenTarief
Schijf 1tot € 68.84324,5%
Schijf 2vanaf € 68.84331,0%

Wat valt onder Box 2?

Dividenduitkeringen uit uw eigen BV, verkoopwinst op aandelen waarin u aanmerkelijk belang heeft, en andere voordelen uit aanmerkelijk belang.

Fiscale partners

Box 2-inkomen is een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel: fiscale partners mogen het onderling verdelen in hun aangifte. De € 68.843-grens geldt per persoon. Bij optimale 50/50 verdeling kunnen partners samen tot € 137.686 (2 × € 68.843) tegen het lage tarief van 24,5% laten belasten — dat scheelt tot € 4.526 ten opzichte van alles bij één persoon.

Tip — verdelen met fiscaal partner
Dividenduitkering € 120.000 uit BV waarvan u en uw partner samen 100% bezitten.
Alles bij u: € 68.843 × 24,5% + € 51.157 × 31% = € 16.866 + € 15.859 = € 32.725
50/50 verdeeld: 2 × (€ 60.000 × 24,5%) = € 29.400
Voordeel verdelen: € 3.325 belastingbesparing.
Voorbeeld DGA — alleenstaand
Dividenduitkering € 100.000 uit uw BV.
Schijf 1 (24,5%): € 68.843 × 24,5% = € 16.866
Schijf 2 (31%): (€ 100.000 − € 68.843) × 31% = € 9.659
Totale box 2 belasting = € 26.525

Bron: Belastingplan 2026 — Belastingdienst — Inkomen uit aanmerkelijk belang · Wet inkomstenbelasting 2001 art. 2.12 / 4.13

3Box 3 — Sparen & beleggen

Box 3 belast vermogen op basis van een fictief rendement. Het belastingtarief is 36% over dat fictieve rendement.

Forfaitaire rendementen 2026

CategorieVoorlopig forfait 2026
Banktegoeden / spaargeld1,28%
Beleggingen, vastgoed, crypto, overig6,00%
Schulden (aftrekbaar)2,70%

Spaargeld en schulden worden begin 2027 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rente.

Heffingsvrij vermogen 2026

Berekening — 6 stappen

Voorbeeld — alleenstaand met € 150.000 spaargeld
Stap 1 — Rendement: 1,28% × € 150.000 = € 1.920
Stap 2 — Grondslag: € 150.000 − € 59.357 = € 90.643
Stap 3 — Aandeel: € 90.643 / € 150.000 = 60,4%
Stap 4 — Box 3 inkomen: € 1.920 × 60,4% = € 1.160
Stap 5 — Belasting: 36% × € 1.160 = € 418

Tegenbewijsregeling

Sinds 2024 kunt u kiezen voor belasting over uw werkelijke rendement als dat lager is dan het forfait. Dit is wettelijk vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3 (Hoge Raad-arresten 6 juni 2024).

Let op
Bij het werkelijk rendement kijkt de Belastingdienst naar het hele kalenderjaar (niet alleen peildatum). Inkomsten + waardeveranderingen tellen mee. Geen heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement.

Groenbeleggen

Extra vrijstelling voor groene beleggingen tot € 26.715 (alleenstaand) / € 53.430 (partners), plus 0,1% heffingskorting (was 0,7% in 2024). De heffingskorting wordt vermenigvuldigd met de vrijstelling, niet met de werkelijke inleg.

2026 is het laatste jaar
Vanaf 2027 wordt de groene vrijstelling verlaagd naar slechts € 200.

Bron: Belastingdienst — belastingdienst.nl/box-3

4Heffingskortingen 2026

Algemene heffingskorting (AHK)

Verzamelinkomen ≤ € 29.736 → AHK = € 3.115
€ 29.736 < verzamelinkomen < € 78.426 → AHK = € 3.115 − (verzamelinkomen − € 29.736) × 6,398%
Verzamelinkomen ≥ € 78.426 → AHK = € 0

Arbeidskorting

Korting voor inkomen uit werk, met opbouw en afbouw:

ArbeidsinkomenArbeidskorting
tot € 11.4918,053% × inkomen
€ 11.491 – € 24.821€ 925 + 29,191% × meerdere
€ 24.821 – € 45.592maximum € 5.685
€ 45.592 – € 132.920€ 5.685 − 6,51% × (inkomen − € 45.592)
boven € 132.920€ 0

Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

Voor ouders met kinderen jonger dan 12 jaar én een arbeidsinkomen ≥ € 6.239:

IACK = min(€ 3.032, € 2.941 + (arbeidsinkomen − € 6.239) × 11,28%)

Bron: Belastingdienst Tarieven 2026, KVK Belastingtarieven 2026

5Aftrekposten

Zelfstandigenaftrek

€ 1.200 in 2026 (was € 2.470 in 2025). Voorwaarde: minimaal 1.225 uur per kalenderjaar in eigen onderneming (urencriterium).

Startersaftrek

Extra € 2.123 bovenop zelfstandigenaftrek. Maximaal 3× toepasbaar in eerste 5 jaar van ondernemerschap.

MKB-winstvrijstelling

MKB-vrijstelling = 12,7% × (winst − zelfstandigenaftrek − startersaftrek)

Geen urencriterium nodig (in tegenstelling tot zelfstandigenaftrek). De formule volgt een vaste volgorde:

  1. Bepaal de winst uit onderneming (omzet minus zakelijke kosten);
  2. Trek de zelfstandigenaftrek (€ 1.200) af;
  3. Trek eventueel de startersaftrek (€ 2.123) af — alleen voor nieuwe ondernemers, max 3× in 5 jaar;
  4. Bereken 12,7% over wat overblijft = MKB-winstvrijstelling.

Belangrijk: de MKB-winstvrijstelling valt onder de tariefcorrectie 11,94%. Voor het deel dat in de top-schijf (49,50%) afgetrokken wordt, telt de Belastingdienst 11,94% terug, waardoor het maximale aftrektarief 37,56% blijft. Dit geldt ook voor zelfstandigenaftrek en startersaftrek.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

De KIA stimuleert ondernemers om te investeren in bedrijfsmiddelen. De hoogte hangt af van het totale investeringsbedrag in een kalenderjaar. Bron: Belastingdienst — Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2026.

InvesteringKIA
€ 0 – € 2.900geen
€ 2.901 – € 71.68328% × investering
€ 71.684 – € 132.746vast: € 20.072
€ 132.747 – € 398.236€ 20.072 − 7,56% × (investering − € 132.746)
boven € 398.236€ 0

De KIA verlaagt uw winst rechtstreeks in box 1 — niet via tariefcorrectie. Bij verkoop van een bedrijfsmiddel binnen 5 jaar geldt de desinvesteringsbijtelling.

Hypotheekrenteaftrek & eigenwoningregeling

De hypotheekrente voor uw eigen woning (hoofdverblijf) is in 2026 aftrekbaar tegen maximaal 37,56%. Vanaf de tweede schijf wordt de aftrek dus niet meer tegen 49,5% verrekend. De netto aftrek = aftrekbare hypotheekrente − eigenwoningforfait.

Wanneer is de rente aftrekbaar?

HypotheektypeRenteaftrek?
Annuïtair of lineair (na 2013)✓ Volledig aftrekbaar (max 30 jaar)
Aflosvrij — vóór 1 januari 2013✓ Aftrekbaar onder overgangsrecht
Aflosvrij — na 2013, geen overgangsrecht✗ Geen renteaftrek
Gemengd (deels annuïtair / deels aflosvrij)~ Pro rata: alleen het annuïtaire deel

Voor hypotheken afgesloten na 1 januari 2013 geldt de eis dat de schuld binnen 30 jaar volledig moet worden afgelost (annuïtair of lineair). Aflosvrije delen die niet onder het overgangsrecht vallen, vallen automatisch in box 3 als schuld — daar geldt geen renteaftrek, maar de schuld vermindert wel uw belastbaar vermogen.

Aankoopkosten woning (eenmalig aftrekbaar)

In het jaar van aankoop zijn een aantal kosten aftrekbaar in box 1 — eenmalig en volledig. Deze worden vaak vergeten en kunnen honderden tot duizenden euro's belastingvoordeel opleveren.

Wel aftrekbaar

KostenpostToelichting
Notariskosten hypotheekakteInclusief btw 21% en kadastrale rechten
TaxatiekostenMits voor de hypotheek­verstrekking
Hypotheekadvies / bemiddelingVolledig aftrekbaar bij directe relatie tot hypotheek
NHG-kosten0,4% van hypotheekbedrag in 2026
BouwrenteBij nieuwbouw, max 2 jaar tijdens bouwperiode
Bereidstellings­provisieBij rente­vastzetting van offerte

Niet aftrekbaar

Belangrijk om te weten: notariskosten leveringsakte (de overdracht zelf), overdrachtsbelasting (2% woning, 10,4% beleggingspand), makelaarskosten, en verbouwings- of renovatiekosten zijn niet aftrekbaar van de inkomstenbelasting.

Voorbeeld — starter koopt woning €375.000
Hypotheek € 337.500 (90% financiering).
Aftrekbare aankoopkosten:
Notariskosten hypotheekakte € 600
Taxatie € 500
Hypotheekadvies € 2.800
NHG-kosten € 1.350 (0,4% × 337.500)
Totaal aftrekbaar: € 5.250
Belastingvoordeel bij 37,56% tarief: € 1.972 eenmalig

Oversluitkosten

Als u uw hypotheek oversluit (bijv. naar lagere rente of andere bank) zijn de bijbehorende eenmalige kosten aftrekbaar in het jaar van betaling.

Oversluit-kostenpostAftrekbaar?
Boeterente bij vervroegd aflossen✓ Volledig in jaar van betaling
Notariskosten nieuwe hypotheekakte✓ Inclusief btw + kadasterrecht
Royementsakte (oude hypotheek doorhalen)✓ Volledig aftrekbaar
Taxatiekosten oversluiten✓ Mits vereist door geldverstrekker
Hypotheekadvies oversluiten✓ Volledig aftrekbaar
Voorbeeld — oversluiten met €10.000 boete
Boeterente bij oversluiten van 5,5% naar 3,8%: € 10.000.
Notariskosten + royement + taxatie: € 1.300.
Totaal aftrekbaar: € 11.300
Belastingvoordeel bij 37,56% tarief: € 4.244 eenmalig

Box 1 → Box 3 hypotheek-verschuiving

Voor sommige situaties kan het voordeliger zijn om uw hypotheek fiscaal te verplaatsen van box 1 naar box 3. Dit is een geavanceerde optimalisatie die specifieke voorwaarden kent en altijd medewerking van uw bank vereist.

Wanneer is dit voordelig?

Het verschil zit in de fiscale behandeling:

Indicatieve voordeel-vergelijking bij hypotheek van € 300.000:

HypotheekrenteVoordeel box 1Voordeel box 3Voordeel
3,0%€ 3.380€ 2.916Box 1 wint
4,0%€ 4.507€ 2.916Box 1 wint
5,0%€ 5.634€ 2.916Box 1 wint
2,0% (zeer laag)€ 2.254€ 2.916Box 3 wint

Conclusie: bij een gewone marktrente blijft box 1 vrijwel altijd voordeliger. Box 3 wordt pas interessanter bij zeer lage rente óf wanneer de aftrek in box 1 op een lager tarief plaatsvindt door de 37,56% cap.

Drie wettelijke voorwaarden

Een bestaande eigenwoningschuld kan niet zomaar naar box 3 verhuizen. De schuld is namelijk causaal verbonden met de financiering van uw eigen woning. Voor het wel mogelijk te maken gelden drie voorwaarden:

  1. De hypotheek moet ná 1 januari 2013 zijn afgesloten — anders valt deze onder het overgangsrecht en blijft het causaal verband intact, zelfs bij oversluiten ("substitutie").
  2. De aflossingsverplichting moet schriftelijk worden geschrapt door bijvoorbeeld de aflossingstermijn te verlengen tot meer dan 30 jaar of (een deel van) de hypotheek aflossingsvrij te maken.
  3. Uw bank moet meewerken — u kunt dit niet eenzijdig regelen. Voor leningen bij uw eigen BV is dit eenvoudiger: de contractuele aflossingsplicht schrappen volstaat (Kennisgroepstandpunt Belastingdienst).

Let op: als de aflossing op een hypotheek ná 2013 twee jaar achterloopt, schuift de lening automatisch per 1 januari van het tweede jaar naar box 3. Dit kan dus ook ongewenst gebeuren bij betalingsachterstand.

Bron: Belastingdienst — Eigen woning · Kennisgroep KG:051:2023:22 · Wet IB 2001 art. 3.119a

Lijfrentepremie & jaarruimte 2026

Inleg op een lijfrenteproduct (verzekering, bankspaarrekening of beleggingsrekening) is aftrekbaar in box 1, mits binnen uw jaarruimte en eventueel reserveringsruimte.

Officiële formule (Wet IB 2001 art. 3.127)

Stap 1 — Premiegrondslag
Premiegrondslag = MIN(bruto inkomen, € 137.800) − € 19.172
(€ 19.172 = AOW-franchise 2026; € 137.800 = maximaal pensioengevend loon)

Stap 2 — Jaarruimte
Jaarruimte = (30% × premiegrondslag) − (6,27 × Factor A)
Maximum jaarruimte 2026: € 35.589

Stap 3 — Reserveringsruimte (optioneel)
Onbenutte jaarruimte van afgelopen 10 jaar
Maximum reserveringsruimte 2026: € 42.753

Wat is Factor A?

Factor A is het bedrag dat u in een bepaald jaar aan pensioenrechten heeft opgebouwd via uw werkgever. U vindt dit op uw UPO (Uniform Pensioen Overzicht) of op mijnpensioenoverzicht.nl. Voor ZZP'ers zonder werkgeverspensioen is Factor A = € 0.

Belangrijk: Factor A toont de totale pensioenopbouw in een jaar, ongeacht wie de premie heeft betaald. Of de inleg nu volledig door uw werkgever wordt gedaan, gedeeltelijk door u als werknemers­bijdrage, of in een andere verdeling — het maakt voor de jaarruimte­berekening geen verschil. De Belastingdienst kijkt alleen naar wat er aan pensioenrecht is opgebouwd, niet wie ervoor betaalde.

De vermenigvuldiger 6,27 is een wettelijke factor (Wet IB 2001) die de pensioenaangroei omrekent naar de fiscale ruimte die u nog overhoudt. Hoe hoger uw pensioenopbouw, hoe lager uw resterende jaarruimte voor lijfrente.

Belangrijke kerngetallen 2026

Parameter2026
AOW-franchise€ 19.172
Maximaal pensioengevend loon€ 137.800
Percentage jaarruimte30% (sinds 2023, voorheen 13,3%)
Vermenigvuldiger Factor A6,27
Maximum jaarruimte€ 35.589
Maximum reserveringsruimte€ 42.753
Maximum totaal (jaarruimte + reservering)€ 78.342
Terugkijktermijn reserveringsruimte10 jaar (sinds 2023, voorheen 7 jaar)
Voorbeeld 1 — ZZP'er zonder werkgeverpensioen
Bruto winst € 60.000, Factor A = 0.
Premiegrondslag = € 60.000 − € 19.172 = € 40.828
Jaarruimte = 30% × € 40.828 = € 12.248
Bij toptarief 49,5%: belastingvoordeel = € 6.063
Voorbeeld 2 — Werknemer met werkgeverpensioen
Bruto loon € 60.000, Factor A = € 800 (van UPO).
Premiegrondslag = € 60.000 − € 19.172 = € 40.828
Jaarruimte = (30% × € 40.828) − (6,27 × € 800)
= € 12.248 − € 5.016 = € 7.232
De werkgeverpensioen-opbouw consumeert € 5.016 aan ruimte.
Voorbeeld 3 — Hoog inkomen (gecapt)
Bruto loon € 200.000, Factor A = 0.
Premiegrondslag = MIN(€ 200.000, € 137.800) − € 19.172 = € 118.628
Jaarruimte berekend = 30% × € 118.628 = € 35.588
Begrensd op wettelijk maximum = € 35.589

Hoe onze tool dit berekent

De calculator gebruikt twee modi voor lijfrente:

Voor de berekening van de aftrek hanteert de tool als plafond het minimum van uw opgegeven storting en de wettelijke maximum jaarruimte. De daadwerkelijke ruimte met factor A wordt apart berekend in de uitklapbare sectie.

Bron: Belastingdienst — Jaarruimte berekenen · Kennisgroep Belastingdienst KG:070:2024:3 · Wet IB 2001 art. 3.127

Specifieke zorgkosten

Niet-vergoede zorgkosten zijn aftrekbaar boven een drempel die afhangt van uw drempelinkomen (= verzamelinkomen vóór persoonsgebonden aftrek). Voor 2026 geldt de volgende staffel:

DrempelinkomenDrempel zonder partnerDrempel met fiscale partner
≤ € 8.300€ 166 (minimum)€ 332 (minimum)
€ 8.300 – € 50.6361,65% × drempelinkomen1,65% × gezamenlijk drempelinkomen
> € 50.636€ 835 + 5,75% × surplus€ 1.671 + 5,75% × surplus

Belangrijk bij fiscaal partners: de drempel wordt berekend op het gezamenlijk drempelinkomen (dus optelling van P1 + P2 vóór PGA), niet per partner afzonderlijk. Het bedrag boven de drempel mag vervolgens vrij worden verdeeld.

Verhoging specifieke zorgkosten bij laag inkomen: als het (gezamenlijk) drempelinkomen ≤ € 41.123 is, mag u uw zorgkosten verhogen vóór de drempelberekening:

Niet-AOW (jonger dan AOW-leeftijd): zorgkosten × 1,40 (40% verhoging)
AOW-gerechtigd: zorgkosten × 2,13 (113% verhoging)

De verhoging geldt voor medicijnen, hulpmiddelen, vervoerskosten naar medische hulp, kleding/beddengoed bij ziekte, extra gezinshulp en dieetkosten. Niet voor genees- en heelkundige hulp en reiskosten ziekenbezoek.

Wat is wel/niet aftrekbaar:

De aftrek valt onder de tariefcorrectie 11,94% (zie sectie Eigenwoningforfait): voor het deel dat in de top-schijf wordt afgetrokken, wordt 11,94% teruggepakt.

Bron: Belastingdienst — Drempelbedrag voor aftrek van specifieke zorgkosten · Belastingdienst — Welke zorgkosten kunt u aftrekken · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H17 Aftrek specifieke zorgkosten · Wet IB 2001 art. 6.20.

Giftenaftrek

Voor 2026 worden twee soorten giften apart behandeld, met elk eigen regels. Beide vallen onder de tariefcorrectie 11,94%.

Gewone giften (eenmalig of niet vastgelegd):

Aftrekbaar = max(0, MIN(gift − drempel, maximum))
Drempel = max(1% × drempelinkomen, € 60)
Maximum = 10% × drempelinkomen

Bij fiscaal partners worden drempel en maximum berekend op het gezamenlijk drempelinkomen. Alleen aan ANBI- of SBBI-erkende instellingen.

Periodieke giften (notarieel of via overeenkomst, minimaal 5 jaar vastgelegd):

Aftrekbaar = MIN(gift, € 1.500.000)

Geen drempel, maar wel een maximum van € 1.500.000 per huishouden (geldt sinds 2024 ter voorkoming van excessieve aftrek). Dit maximum was vóór 2024 onbeperkt.

Voorbeeld — gewone gift bij laag inkomen
Inkomen € 5.000, gewone gift € 100
Drempel = max(1% × € 5.000, € 60) = max(€ 50, € 60) = € 60
Aftrek = € 100 − € 60 = € 40

Bron: Belastingdienst — Giften aftrekken · Belastingdienst — Voorwaarden aftrek periodieke giften · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H16 Aftrek giften · Wet IB 2001 art. 6.32–6.40.

Partneralimentatie (aan ex-partner)

Betaalde alimentatie aan een ex-partner is volledig aftrekbaar in box 1, zonder drempel of maximum. Bij de ontvanger telt het mee als belast inkomen. Kinderalimentatie is niet aftrekbaar.

Ook deze aftrek valt onder de tariefcorrectie 11,94%: het maximale aftrektarief is in 2026 dus 37,56%.

Bron: Belastingdienst — Partneralimentatie betalen aan ex-partner · Belastingdienst — Aangifte alimentatie met fiscale partner · Wet IB 2001 art. 6.3.

Reisaftrek openbaar vervoer

Voor woon-werkverkeer met OV, minimaal 10 km enkele reis en 40+ reisdagen per jaar. Vaste bedragen in staffel naar afstand:

Enkele reisafstandMaximale aftrek
10–15 km€ 478
15–20 km€ 596
20–30 km€ 838
30–50 km€ 1.048 – € 1.226
50–80 km€ 1.404 – € 1.760
80+ kmtot € 2.649 (max)

Bron: Belastingdienst — Aftrek voor reiskosten openbaar vervoer

6Fiscaal partnerschap & vrije toedeling

Wanneer u en uw partner het hele jaar als fiscale partners kwalificeren, mag u bepaalde inkomsten en aftrekposten in elke verhouding tussen u beiden verdelen — als het totaal maar 100% blijft. Een slimme verdeling kan honderden tot duizenden euro's per jaar besparen, zonder dat er iets aan uw werkelijke financiën verandert.

De Belastingdienst biedt sinds 2025 zelf een algoritme dat een optimaal verdeelvoorstel doet in de online aangifte (OLAV). Onze calculator doet hetzelfde, maar geeft u vooraf inzicht in de verdeling én legt uit waarom die optimaal is.

Wanneer bent u fiscaal partner?

U bent in 2026 fiscale partners als u aan minstens één van de volgende voorwaarden voldoet:

Voldoet u alleen voor een deel van het jaar? Dan kunt u in de aangifte ervoor kiezen om voor het hele jaar als fiscale partners te worden beschouwd. Dit is bijna altijd voordeliger.

Wat mag u verdelen?

Wat u niet mag verdelen: loon, pensioen, winst uit onderneming, lijfrente-aftrek, ingehouden loonheffing en kansspelbelasting.

Bron: Belastingdienst — Fiscaal partnerschap · Belastingdienst Aangiftehandleiding 2026 — H1 Fiscaal partnerschap · Belastingdienst — Algoritme Optimale verdeling tussen fiscale partners · Wet IB 2001 art. 1.2 en art. 2.17.

De drie effecten waardoor verdelen voordeel oplevert

Onze calculator zoekt het optimum door drie fiscale mechanismen tegelijk af te wegen:

  1. AHK-afbouw effect — De algemene heffingskorting bouwt tussen € 29.736 en € 78.426 verzamelinkomen af met 6,40% per euro extra inkomen (3,195% voor AOW'ers). Aftrek bij een partner in de afbouwzone verlaagt dáár het verzamelinkomen, wat de AHK doet stijgen — een extra voordeel bovenop het aftrektarief, oplopend tot effectief 43,96% in plaats van 37,56%.
  2. Tariefcorrectie 11,94% — Aftrek bij een partner met inkomen boven € 78.426 wordt voor het toptariefdeel teruggepakt met 11,94%. Aftrek dáár plaatsen levert maximaal 37,56% op (en niet 49,50% zoals oude vuistregels suggereren).
  3. Box 3 progressie & heffingsvrij vermogen — Het heffingsvrij vermogen wordt gegarandeerd benut bij beide partners (€ 59.357 elk, samen € 118.714). Bij asymmetrische vermogensverdeling kan slim verdelen ervoor zorgen dat de schuldendrempel én het heffingsvrij vermogen optimaal benut worden.

6.1 — Vrije toedeling box 3 vermogen

De volledige grondslag sparen en beleggen (totaal vermogen − schulden − heffingsvrij vermogen) mag u in elke verhouding tussen u en uw partner verdelen. Onze calculator berekent eerst de huishoudelijke grondslag en biedt vervolgens een schuif waarmee u de verdeling kunt aanpassen.

Voorbeeld — verdeling box 3 vermogen
P1 inkomen € 100.000, P2 inkomen € 30.000 (afbouwzone AHK).
Spaargeld € 200.000 → grondslag = € 200.000 − € 118.714 = € 81.286
Box 3 inkomen (forfait 1,28%) = € 1.040
Bij 100% bij P2: AHK stijgt licht, maar P2 zit dan ruimer in afbouwzone.
De solver test 21 verdelingen en kiest het optimum — vaak iets tussen 0/100 en 50/50.

Bron: Belastingdienst — Vermogen verdelen tussen fiscale partners · Belastingdienst — Heffingsvrij vermogen · Wet IB 2001 art. 2.17 lid 2.

6.2 — Vrije toedeling saldo eigen woning

Het saldo eigen woning wordt eerst op huishoudensniveau berekend (hypotheekrente − EWF, eventueel + Hillen-aftrek) en mag daarna vrij worden verdeeld. Beide partners moeten in hun aangifte dezelfde verdeling opgeven.

De optimale verdeling hangt af van twee tegengestelde effecten:

Voorbeeld — saldo eigen woning verdelen
P1 inkomen € 100.000 (boven top-grens), P2 inkomen € 40.000 (afbouwzone).
Hypotheekrente € 15.000, WOZ € 500.000 → EWF € 1.750
Saldo huishouden = € 13.250 aftrekpost.
0% bij P1 (alles bij P2): tariefcorrectie € 0, AHK stijgt — totaal € 38.052
100% bij P1: tariefcorrectie € 1.582 (€ 13.250 × 11,94%) — totaal € 38.490
Verschil € 438 per jaar — significant zonder enige rendementsprijs.

Bron: Belastingdienst — Eigen woning · Belastingdienst — Wet Hillen 2026 · Belastingdienst — Tariefsaanpassing 2026 · Wet IB 2001 art. 3.110–3.123.

6.3 — Vrije toedeling persoonsgebonden aftrek

Voor zorgkosten, giften en partneralimentatie geldt: de drempel wordt berekend op het gezamenlijk drempelinkomen (P1 + P2 verzamelinkomen vóór PGA). Het bedrag boven de drempel mag vervolgens per post in elke verhouding worden verdeeld.

Onze calculator biedt drie aparte schuiven — één per post — omdat elk een eigen optimum kan hebben. Voorbeeld: zorgkosten optimaal bij P2 (afbouwzone), maar partneralimentatie optimaal bij P1 (geen tariefcorrectie nadeel als P1 onder € 78.426 zit).

De solver test 21 × 21 × 21 = 9.261 combinaties (wanneer alle drie posten relevant zijn) en kiest de combinatie met de laagste totale belasting voor het huishouden.

Voorbeeld — gezamenlijk drempelinkomen
P1 inkomen € 60.000, P2 inkomen € 40.000 → gezamenlijk drempelinkomen € 100.000
Zorgkosten huishouden € 1.500
Drempel = € 1.671 (partners) + 5,75% × (€ 100.000 − € 50.636) = € 4.509
Aftrek = max(0, € 1.500 − € 4.509) = € 0 (kosten onder drempel)

Belangrijk: zonder fiscaal partnerschap zou bij P1 alleen gelden: drempel = 1,65% × € 60.000 = € 990
Aftrek = € 1.500 − € 990 = € 510. Het gezamenlijk drempelinkomen heft dit voordeel op.
Bij hoge zorgkosten draait dit echter weer voordelig: één gezamenlijke drempel met twee inkomens kan voordeliger zijn dan twee aparte drempels.

Bron: Belastingdienst — Gezamenlijk drempelinkomen zorgkosten · Belastingdienst — Samen aangifte doen met fiscaal partner · Wet IB 2001 art. 6.1 lid 2 en art. 6.20.

De solver — hoe vinden we het optimum?

Voor elke vrije toedeling-post test onze calculator 21 verdelingen (van 0% naar 100% in stappen van 5%) en herberekent telkens de volledige huishoudens-belasting. De combinatie met de laagste totale belasting wordt aangeboden als suggestie. De berekening duurt minder dan een seconde en gebeurt volledig in uw browser — geen data verlaat uw apparaat.

De solver houdt bij de optimalisatie expliciet rekening met:

De solver vindt een lokaal optimum binnen de 5%-stappen. In zeldzame gevallen kan een fijnere stapgrootte (bijv. 1%) nog enkele euro's extra opleveren — maar voor de meeste situaties is een 5%-resolutie ruim voldoende en levert het zoeken naar een fijner optimum geen meetbaar verschil meer op.

7NBR-Score

De Na-Belasting Rendement Score (0–100) is een deterministische, data-onderbouwde weegschaal van SlimBelast. Pure belastingbesparing kan misleidend zijn als er een grote rendementsprijs aan vastzit (lock-up, onzekerheid, complexiteit). Een hoge score = directe, zekere besparing met behoud van liquiditeit. Een lage score = significante afwegingen.

De formule

Elke optimalisatie wordt berekend met dezelfde formule op basis van vijf inputs uit uw situatie:

Plus een basis-bonus van 20 punten zodat normale situaties (€500-€2.000 besparing, liquide, simpel) in de 60-80 range vallen. De totaalscore wordt geclampd tussen 0 en 100.

Bronvermelding voor de keuzes

Score-categorieën

NBR-scoreKwalificatieBetekenis
80–100Direct toepasbaarWettelijk recht, liquiditeit behouden, simpel
65–79Goed haalbaarSterke besparing met overzichtelijke voorwaarden
50–64AandachtspuntenSignificante trade-off (lock-up, onzekerheid of complexiteit)
0–49Veel afwegingenCombinatie van factoren maakt deze indicatie minder vanzelfsprekend
Twee voorbeelden uit de calculator
AOV-premie aftrekken (ZZP) — premie reeds betaald, wettelijke aftrek, geld blijft beschikbaar
Verwachte besparing: ~€1.500   Zekerheid: 1.0   Liquiditeit: 100   Horizon: 0 jaar   Complexiteit: 1
NBR: ~83/100 — Direct toepasbaar

Lijfrente pensioenbeleggen — directe aftrek, maar geld 30 jaar vast en bedrag onzeker zonder factor A
Verwachte besparing (indicatief): ~€5.000   Zekerheid: 0.6   Liquiditeit: 5   Horizon: 30 jaar   Complexiteit: 2
NBR: ~37/100 — Veel afwegingen

De NBR-score is een indicatieve richtlijn op basis van algemene kenmerken van een regeling — geen persoonlijk fiscaal of financieel advies. Voor uw specifieke situatie kan een fiscalist nuanceren wat hier in algemene termen wordt weergegeven.

8Aanslag- en teruggaafgrens

De Belastingdienst hanteert twee grenzen die bepalen of een berekend bedrag daadwerkelijk wordt opgelegd of uitbetaald. Onder deze grenzen vindt geen incasso of uitbetaling plaats. Deze calculator toont wel het berekende bedrag en geeft een waarschuwing als het onder de aanslaggrens valt.

Aanslaggrens — minimum te-betalen bedrag

Als u na uw aangifte minder moet bijbetalen dan de aanslaggrens, wordt er geen aanslag opgelegd (een zogenoemde nihilaanslag). U bent dan ook geen belasting schuldig.

JaarAanslaggrens
2024€ 56
2025€ 58
2026nog niet officieel bevestigd, vermoedelijk € 58 – € 60

Teruggaafgrens — minimum uit te betalen bedrag

Als de Belastingdienst u geld zou moeten teruggeven onder de teruggaafgrens, wordt er niets uitbetaald. Aangifte doen heeft dan voor de teruggave geen zin.

JaarTeruggaafgrens
2024€ 18
2025€ 19
2026nog niet officieel bevestigd, vermoedelijk € 19 – € 20

Drie belangrijke uitzonderingen

1. Voorlopige aanslag waarop u al moest betalen

Had u in de loop van het belastingjaar een voorlopige aanslag waarop u maandelijks moest betalen? Dan geldt de aanslaggrens niet meer. Elk verschil tussen voorlopige en definitieve aanslag moet u dan betalen, ook als dat onder € 58 blijft.

2. Voorlopige teruggaaf gedurende het jaar

Heeft u maandelijks geld teruggekregen via een voorlopige aanslag (bijvoorbeeld door hypotheekrenteaftrek)? Dan rekent de Belastingdienst de bruto-belasting tegen de aanslaggrens, niet het netto verschil. Het bedrag dat u maandelijks ontving, telt niet mee bij de berekening.

3. Samentelregel: alle boxen

De aanslaggrens werkt op het totaal van box 1, 2 en 3 — niet per box. Als u in elk van de drie boxen € 30 moet betalen (totaal € 90), dan gaat dat boven de grens en moet u de volle € 90 betalen.

Calculator-toepassing

Onze calculator toont een groene info-melding bij het eindresultaat als uw te-betalen-bedrag (alle boxen samen) onder de aanslaggrens van € 58 valt. De waarschuwing vermeldt expliciet de uitzondering voor wie een voorlopige aanslag had — zodat u niet ten onrechte denkt dat u niets hoeft te betalen.

Belangrijk: de calculator verlaagt het berekende bedrag niet automatisch naar € 0. Het berekende bedrag is fiscaal correct; of u het ook moet betalen, hangt af van uw voorlopige aanslag-situatie die de calculator niet kan kennen.

Bron: belastingdienst.nl — Definitieve aanslag inkomstenbelasting · belastingdienst.nl — Moet ik aangifte doen?

9Bronnen & verantwoording

Wet- en regelgeving

Box 1 — werk, woning & aftrekposten

Box 2 — aanmerkelijk belang

Box 3 — sparen & beleggen

Persoonsgebonden aftrek

Fiscaal partnerschap & vrije toedeling

Aanvullende fiscale analyses

Verantwoording berekeningen

Alle berekeningen volgen de officiële methodiek van de Belastingdienst zoals beschreven in de aangiftehandleiding 2026 (28 hoofdstukken). Tarieven en bedragen zijn ontleend aan het Belastingplan 2026 zoals aangenomen door de Tweede Kamer. De vrije toedeling-functionaliteit (sectie 6) volgt het stappenplan dat ook in de online aangifteomgeving (OLAV) van de Belastingdienst wordt gehanteerd.

Voor box 3 worden voorlopige forfaits gebruikt zoals bekendgemaakt in november 2025. De definitieve forfaits voor spaargeld en schulden worden in januari 2027 vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rente.

De berekeningen in onze calculator zijn gevalideerd via een geautomatiseerde testsuite van 101 fiscale scenario's, die continu draait bij elke wijziging in de tool.

Beperkingen van deze tool

Disclaimer: SlimBelast is een educatieve calculator en geeft uitsluitend een indicatie. De berekeningen zijn gebaseerd op publieke bronnen en best practices. Voor persoonlijk fiscaal advies, een aangifte of bindende uitspraken raadpleeg een gecertificeerd fiscalist of belastingadviseur. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.

Privacy · Contact · Methodiek · Blog

© 2026 SlimBelast · Educatieve calculator, geen persoonlijk advies