Wat heeft het CPB onderzocht?
De studie "De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens" is geschreven door René Schulenberg, Céline van Essen en Arjan Lejour. Het CPB analyseerde over een lange periode (vooral 2011-2019, met aanvullende data tot recent) hoe verschillende huishoudens in Nederland werden belast — en hoe die belasting zich verhoudt tot hun werkelijke welvaartsgroei.
De centrale vraag was: dempt het belastingstelsel ongelijkheid? Op papier is het Nederlandse stelsel progressief — hogere inkomens betalen procentueel meer. Maar in de praktijk blijkt iets anders. Door de manier waarop verschillende vermogensvormen worden belast (of niet), en door de mogelijkheid om belasting langjarig uit te stellen, weten welvarende huishoudens hun effectieve belastingdruk omlaag te brengen.
De vijf belangrijkste bevindingen
1. Het inkomensaandeel van de top concentreert
Het aandeel van het totale inkomen dat bij de best verdienende 1% van de huishoudens terechtkomt, steeg tussen 2011 en 2019 van 12% naar 15%. Dat klinkt klein, maar betekent in absolute zin een verschuiving van miljarden euro's per jaar.
2. Vermogensvormen worden ongelijk belast
Werknemers en ondernemers in de inkomstenbelasting (IB) betalen direct, vaak in het hoogste tarief. Daarentegen kunnen aanmerkelijkbelanghouders (5%+ aandelen in een bv) hun winsten in de bv "parkeren" — en daar pas belasting over betalen wanneer ze er dividend uithalen. Dat is bewust kiezen wanneer je belasting betaalt — een vrijheid die werknemers niet hebben.
3. Eigen-woning-regeling werkt scheef
Huiseigenaren profiteren van hypotheekrenteaftrek én van het eigenwoningforfait dat veel lager is dan de werkelijke huurwaarde. Bovendien is vermogenswinst op een eigen woning onbelast (geen Box 3, geen Box 2). Huurders missen al deze voordelen. Het CPB noemt expliciet dat dit een belangrijke aandrijver is van vermogensongelijkheid tussen eigenaren en huurders.
4. Veel ondoelmatige fiscale regelingen
Nederland kent honderden fiscale regelingen — aftrekposten, vrijstellingen, kortingen. Het CPB stelt dat veel daarvan economisch ondoelmatig zijn: ze kosten de schatkist veel, leveren weinig op qua gedragsverandering, en concentreren het voordeel bij de bovenste inkomens (die immers vaker over kennis en adviseurs beschikken om ze optimaal te benutten).
5. Belastinguitstel werkt cumulatief
Wie belasting kan uitstellen, profiteert van het rente-op-rente-effect. Een belastingplichtige die € 100.000 winst in een bv parkeert in plaats van direct uitkeert, kan in 20 jaar substantieel meer vermogen opbouwen dan iemand die elk jaar afrekent — zelfs bij gelijke bruto-rendementen. Het CPB noemt dit een belangrijk mechanisme achter de groei van vermogensongelijkheid.
Wat stelt het CPB voor?
Het CPB komt niet met directe beleidsadviezen — dat is geen kerntaak. Maar de auteurs noemen wel "knoppen waaraan politiek Den Haag zou kunnen draaien":
- Schrappen van inefficiënte fiscale regelingen, eventueel gecombineerd met lagere belastingtarieven over de hele linie
- Verkleinen van verschillen in belastingdruk tussen verschillende inkomens- en vermogensvormen
- Beperken van uitstelmogelijkheden, zodat winst en vermogensaanwas binnen een redelijke termijn worden belast
Het CPB benadrukt dat de keuze hoeveel ongelijkheid wenselijk is, een politieke keuze blijft. Maar het waarschuwt: als kansen steeds meer afhangen van waar je wieg stond — bezit je ouders een huis, of zaten ze in een bv? — dan slaat ongelijkheid om in een erfenis-systeem dat de welvaart op termijn schaadt.
Hoe pakt dit uit voor verschillende huishoudens?
Profiel A Werknemer met loon € 50.000, huurder, geen vermogen
Dit huishouden betaalt elk jaar op het volle tarief over elke euro inkomen. Inkomen verkrijgen, belasting afdragen, einde verhaal. Geen mogelijkheden tot uitstel, geen profijt van een eigen woning, beperkte ruimte voor aftrekposten.
Profiel B Werknemer met loon € 80.000, koopwoning, kleine portefeuille
Dit huishouden profiteert van hypotheekrenteaftrek (max 37,56% in 2026), van een gunstig eigenwoningforfait (0,35% van WOZ), en kan via lijfrente of pensioenstorting belasting uitstellen. Vermogensaanwas in de woning is onbelast.
Profiel C DGA met bv, € 60.000 salaris + winst in bv parkeren
Een directeur-grootaandeelhouder die zijn salaris op het wettelijke minimum (gebruikelijk loon, ca. € 56.000 in 2026) houdt en winst in zijn bv laat staan, betaalt 25,8% vennootschapsbelasting (vpb) en stelt de overige 24,5% Box 2-belasting uit tot uitkeringsmoment. Bij langjarig parkeren werkt dat als rente-op-rente in zijn voordeel.
Wat betekent dit voor uw eigen belastingplanning?
Onafhankelijk van of u het politiek eens bent met de bevindingen, biedt het rapport praktische inzichten voor uw eigen aanpak:
1. Werknemers: maximaliseer aftrekposten
U heeft minder ruimte voor structurele optimalisatie dan ondernemers. Maar lijfrente, hypotheekrente, periodieke giften, zorgkosten en partner-verdeling zijn de bekende posten. Onze post over slim verdelen tussen fiscaal partners rekent uit wat dat oplevert.
2. Eigenaren van een woning: ken uw voordelen
Tariefcorrectie van 11,94% betekent dat u maximaal tegen 37,56% aftrekt — ook als u in de hoogste schijf zit. Dat is nadelig voor toptarief-betalers maar nog altijd voordeliger dan huren. Onze post over hypotheekrenteaftrek 2026 legt uit hoe dit precies werkt.
3. Box 3-vermogen: kies bewust
Vermogen boven het heffingsvrije bedrag (€ 59.357 alleen / € 118.714 partners) wordt forfaitair belast. Met de tegenbewijsregeling kunt u uitgaan van werkelijk rendement als dat lager is. Voor bezitters van groene beleggingen (vrijstelling € 26.715 in 2026, zeer beperkt 0,1% heffingskorting) is 2026 het laatste jaar met een zinvolle vrijstelling — die vervalt per 2028.
4. Aanmerkelijk-belang houders: plan exit-tarief
Box 2 kent in 2026 twee tarieven: 24,5% tot € 68.843, 31% daarboven. Dividenduitkering plannen rond die grens kan substantieel schelen. Maar let op: het CPB suggereert dat fiscale verschillen tussen vermogensvormen op termijn zullen worden verkleind — dus reken niet op blijvende voordelen.
Politieke context
Het rapport landt op een politiek beladen moment. Slechts twee dagen later — op 8 mei 2026 — bracht advocaat-generaal Pauwels van de Hoge Raad zijn advies uit dat niet-bezwaarmakers Box 3 over 2017-2020 geen rechtsherstel krijgen (zie onze post hierover). De combinatie voedt de discussie over een ingrijpende belastingstelselherziening.
Het kabinet werkt aan een nieuw Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, beoogd per 1 januari 2028. De Tweede Kamer behandelt sinds mei 2025 het wetsvoorstel. Het CPB-rapport zou kunnen helpen om bredere hervormingen op de politieke agenda te krijgen — maar fundamentele wijzigingen vergen typisch jaren parlementaire behandeling.
Tot slot — perspectief
Het CPB benadrukt expliciet dat niet elke ongelijkheid slecht is. Verschillen die voortkomen uit talent, inspanning of ondernemerschap zijn deel van een functionerende markteconomie. Maar als kansen vooral afhangen van startpositie en bezit, is dat een ander verhaal — en dat is volgens het rapport in toenemende mate wat in Nederland gebeurt.
Voor u als belastingplichtige is dit geen reden tot paniek of fiscale acrobatiek. Wel reden om: (1) te begrijpen welke fiscale regelingen op u van toepassing zijn, (2) ze te benutten waar legaal en zinvol, en (3) te beseffen dat sommige regelingen op termijn kunnen worden afgeschaft of versoberd. Plan dus niet op exotische uitzonderingen, maar op robuuste fundamenten.
Auteurs CPB-rapport: René Schulenberg, Céline van Essen, Arjan Lejour. Publicatiedatum: 6 mei 2026. Belangrijkste cijfer (top 1% inkomensaandeel 12% → 15%) betreft de periode 2011-2019. Dit artikel is een onafhankelijke samenvatting; voor de volledige analyse en methodologische verantwoording verwijzen we naar de oorspronkelijke CPB-publicatie. Laatst gecheckt: 9 mei 2026.