Wat is de tegenbewijsregeling — kort uitgelegd
De Belastingdienst rekent in Box 3 sinds jaren met fictieve rendementen: vaste percentages per vermogenscategorie. Voor 2026 zijn die: 1,28% voor spaargeld (voorlopig), 6,00% voor beleggingen en overige bezittingen, en 2,70% voor schulden (voorlopig). Over het saldo betaalt u 36% belasting.
Sinds de "D-day-arresten" van de Hoge Raad (juni 2024) staat vast dat dit systeem in strijd is met het eigendomsrecht zodra het werkelijke rendement lager is. De Wet tegenbewijsregeling box 3 — door de Eerste Kamer aangenomen op 8 juli 2025 — geeft u het recht om aan te tonen wat u écht heeft verdiend.
Vanaf belastingjaar 2025 is de tegenbewijsregeling geïntegreerd in de gewone aangifte inkomstenbelasting — geen apart formulier "Opgaaf werkelijk rendement" (OWR) meer nodig. Voor 2024 en eerder gebruikt u nog wel het OWR-formulier via Mijn Belastingdienst.
De spelregels: hoe bereken je werkelijk rendement?
Het werkelijke rendement omvat álles wat u over uw vermogen heeft verdiend — of verloren — in 2026:
- Direct rendement: ontvangen rente op spaargeld, dividend op aandelen, huurinkomsten, couponrente op obligaties
- Indirect rendement: waardestijging of -daling van beleggingen, vastgoed, crypto — ook als u die nog niet heeft verzilverd (ongerealiseerd rendement telt mee)
Wat niet mag:
- Kosten aftrekken (advies-, beheer-, transactiekosten — geen aftrek)
- Inflatie corrigeren
- Verliezen uit andere jaren verrekenen
- Onder nul uitkomen — als uw werkelijke rendement negatief is, zet de Belastingdienst het op € 0
Wel mag u rente die u heeft betaald op een Box 3-schuld in mindering brengen.
Vijf profielen doorgerekend voor 2026
De vraag is steeds dezelfde: is uw werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement? Hieronder rekenen we vijf veelvoorkomende situaties door. Alle bedragen zijn gebaseerd op publieke 2026-tarieven.
Profiel 1 De zuinige spaarder
Situatie: Alleenstaand, € 100.000 spaargeld op een Nederlandse spaarrekening met 1,5% rente. Geen beleggingen, geen schulden.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Vermogen op 1 januari 2026 | € 100.000 |
| Heffingsvrij vermogen (alleenstaand) | − € 59.357 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 40.643 |
| Fictief rendement (1,28% × € 100.000) | € 1.280 |
| Box 3-belasting fictief (36% over aandeel boven vrijstelling) | € 187 |
| Werkelijk rendement (1,5% × € 100.000) | € 1.500 |
Profiel 2 De ongelukkige belegger
Situatie: Alleenstaand, € 200.000 in aandelen op 1 januari 2026. Door slechte beursresultaten staat de portefeuille op 31 december op € 188.000. Het jaar leverde € 2.500 dividend op.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Beleggingswaarde 1 januari 2026 | € 200.000 |
| Fictief rendement (6% × € 200.000) | € 12.000 |
| Box 3-belasting fictief | € 2.532 |
| Werkelijk: dividend | + € 2.500 |
| Werkelijk: waardedaling (€ 188.000 − € 200.000) | − € 12.000 |
| Werkelijk rendement totaal | − € 9.500 → € 0 |
| Box 3-belasting werkelijk (€ 0 × 36%) | € 0 |
Profiel 3 De gemiddelde belegger
Situatie: Alleenstaand, € 200.000 in een gespreid wereldwijd ETF-portefeuille. Markt eindigde 2026 op +7%. Geen dividend (accumulerend ETF).
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Beleggingswaarde 1 januari 2026 | € 200.000 |
| Fictief rendement (6% × € 200.000) | € 12.000 |
| Werkelijk: waardestijging (€ 214.000 − € 200.000) | + € 14.000 |
| Werkelijk rendement totaal | € 14.000 |
Profiel 4 Vastgoedeigenaar met verhuurde woning
Situatie: Alleenstaand, een verhuurde woning met WOZ-waarde € 320.000 op 1 januari 2026. Jaarlijkse netto-huuropbrengst € 12.000. WOZ-waarde stijgt door bevriezing markt naar € 322.000 per 31 december. Geen overige Box 3-bezittingen.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| WOZ-waarde 1 januari 2026 | € 320.000 |
| Fictief rendement (6% × € 320.000) | € 19.200 |
| Werkelijk: huur (na aftrek niet toegestaan, dus bruto) | + € 12.000 |
| Werkelijk: WOZ-stijging | + € 2.000 |
| Werkelijk rendement totaal | € 14.000 |
Profiel 5 Crypto-belegger met volatiel jaar
Situatie: Alleenstaand, € 80.000 aan crypto op 1 januari 2026. Bitcoin daalde, portefeuille eindigt op € 65.000. In de loop van het jaar is voor € 5.000 bijgekocht en voor € 12.000 verkocht.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Cryptowaarde 1 januari 2026 | € 80.000 |
| Fictief rendement (6% × € 80.000) | € 4.800 |
| Eindwaarde 31 december | € 65.000 |
| Min beginwaarde | − € 80.000 |
| Min aankopen tijdens jaar | − € 5.000 |
| Plus verkopen tijdens jaar | + € 12.000 |
| Werkelijk rendement | − € 8.000 → € 0 |
De vuistregels — wanneer wel en wanneer niet?
Op basis van deze profielen en de cijfers van de Belastingdienst zijn er een aantal duidelijke patronen:
Tegenbewijs loont waarschijnlijk wél als u…
- ...beleggingen heeft die in 2026 met meer dan ~6% in waarde zijn gedaald
- ...een verhuurde woning heeft waarvan de WOZ stagneert en huur lager is dan ~6% van WOZ-waarde
- ...een groot crypto-portefeuille heeft dat verlies leed
- ...obligaties heeft die door rentestijgingen waardeverlies leden
Tegenbewijs loont waarschijnlijk níét als u…
- ...vooral spaargeld heeft (werkelijke rente ligt meestal dicht bij forfait, en u verliest het voordeel van het heffingsvrij vermogen)
- ...beleggingen heeft die normaal of beter dan gemiddeld presteerden (>6%)
- ...een vakantiehuis heeft met flinke WOZ-stijging
- ...net iets boven de vrijstelling zit (€ 60.000 - € 80.000) — administratieve last weegt vaak niet op tegen kleine besparing
Hoe geeft u het werkelijk rendement door?
Voor belastingjaar 2025 en later
Vanaf belastingjaar 2025 is dit geïntegreerd in de aangifte inkomstenbelasting via Mijn Belastingdienst. De Belastingdienst vraagt automatisch of u uw werkelijke rendement wilt opgeven. U vult dan per categorie in:
- Beginwaarde (1 januari)
- Eindwaarde (31 december)
- Aankopen en verkopen tijdens het jaar
- Ontvangen rente, dividend, huur
De Belastingdienst rekent vervolgens beide uitkomsten door en past automatisch de voordeligste toe.
Voor belastingjaar 2024 en eerder
Voor oudere jaren gebruikt u het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) via Mijn Belastingdienst. Voor belastingjaar 2021 kunt u dat nog tot eind 2026 doen — daarna verloopt de termijn.
Wat staat er voor 2027 en daarna te gebeuren?
De tegenbewijsregeling is bedoeld als tijdelijke oplossing. Het kabinet werkt aan de Wet werkelijk rendement box 3, die volgens planning op 1 januari 2028 in werking treedt — een jaar later dan oorspronkelijk voorzien. De Tweede Kamer keurde dit voorstel op 12 februari 2026 goed.
Vanaf 2028 zou belasting standaard worden geheven over het werkelijke rendement: rente, dividend, huur en waardestijgingen. Voor onroerende zaken en aandelen in start-ups komt waarschijnlijk een vermogenswinstbelasting (heffing pas bij verkoop). Of de invoering haalbaar is hangt af van politieke en uitvoeringstechnische haken — de Tweede Kamer moet het wetsvoorstel uiterlijk maart 2026 hebben behandeld, anders schuift het mogelijk op naar 2029.
Tot het zover is blijft het hybride: forfaitair stelsel met tegenbewijsmogelijkheid. Voor 2026 en 2027 zijn de spelregels die we hierboven beschreven.
Conclusie — moet u tegenbewijs gaan leveren?
Voor de meeste spaarders en gemiddelde beleggers is het antwoord nee — uw werkelijke rendement zit dicht bij of boven het fictieve, en de Belastingdienst kiest sowieso het voordeligste voor u. Voor vastgoedbeleggers met stagnerende WOZ, beleggers in een slecht jaar, en crypto-houders kan het flink lonen — al snel € 1.000 - € 5.000 per jaar.
De simpelste check: gebruik onze gratis berekening om uw fictieve Box 3-belasting te berekenen, en vergelijk die uitkomst met uw werkelijke rendement uit jaaroverzichten. Als de fictieve heffing duidelijk hoger uitkomt dan 36% van uw werkelijke rendement, is een gang naar de aangifte (of een fiscalist) zeker de moeite waard.
Belastingdienst — Wat is mijn werkelijk rendement · Belastingdienst — Rekenvoorbeelden werkelijk rendement · Rijksoverheid — Tijdlijn rechtsherstel box 3 · Belastingplan 2026 — Memorie van toelichting
Cijfers: 476.000 OWR-formulieren tot 8 december 2025 (Kamerbrief Staatssecretaris Heijnen, december 2025). Forfaits 2026 (Belastingdienst.nl): 6,00% beleggingen (definitief), 1,28% spaargeld (voorlopig), 2,70% schulden (voorlopig). Laatst gecheckt: 9 mei 2026.