Wat is er veranderd?
Tot eind 2025 viel het verstrekken van logies — kortdurend verblijf in hotels, pensions, B&B's en vakantiehuizen — onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Vanaf 1 januari 2026 geldt voor diezelfde diensten het algemene tarief van 21%. De wettelijke basis ligt in artikel XXI van het Belastingplan 2025, dat in december 2024 door de Eerste Kamer is aangenomen.
De maatregel komt voort uit een bredere herziening van btw-tarieven. Het kabinet wilde aanvankelijk ook het btw-tarief op cultuur, media en sport verhogen, maar dat plan is in november 2025 teruggedraaid. De verhoging op logies bleef wel staan en levert de schatkist naar verwachting circa € 1,2 miljard per jaar op.
Wat valt onder de verhoging?
Het 21%-tarief geldt vanaf 2026 voor vrijwel alle vormen van kort verblijf:
- Hotels, hostels, pensions en B&B's
- Gemeubileerde vakantiehuizen en -appartementen
- Stacaravans, chalets, trekkershutten en safaritenten
- Short-stay verhuur (ook voor werknemers, studenten of asielzoekers)
- Boekingen via platforms zoals Airbnb en Booking.com
De belangrijkste uitzondering: kamperen
Concreet: u boekt een veldje van 80 m² op een camping in Drenthe en zet uw eigen camper neer? Dan blijft het 9%. U boekt een chalet of safaritent op diezelfde camping? Dan is het 21%.
Wat het concreet kost — drie rekenvoorbeelden
Voorbeeld 1 Stedentrip — 2 nachten Amsterdam
Situatie: Hotel in centrum Amsterdam, kamerprijs in 2025 inclusief btw € 200 per nacht.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Kamerprijs ex btw (€ 200 ÷ 1,09) | € 183,49 |
| Btw-bedrag 2025 (9%) | € 16,51 |
| Btw-bedrag 2026 (21% over zelfde basis) | € 38,53 |
| Nieuwe bruto-prijs 2026 (volledige doorbelasting) | € 222,02 |
| Verschil per nacht | + € 22,02 |
| Verschil voor 2 nachten | + € 44,04 |
Voorbeeld 2 Familievakantie — 1 week vakantiehuis
Situatie: Vakantiehuis op de Veluwe, 7 nachten, totaalprijs in 2025 inclusief btw € 980.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Huurprijs ex btw (€ 980 ÷ 1,09) | € 899,08 |
| Btw 2025 (9%) | € 80,92 |
| Btw 2026 (21%) | € 188,81 |
| Nieuwe totaalprijs 2026 | € 1.087,89 |
| Extra kosten | + € 107,89 |
Voorbeeld 3 Zakelijk verblijf — 5 werkdagen short-stay Utrecht
Situatie: Werkgever boekt short-stay appartement voor uitzendkracht. Maandprijs € 2.500 ex btw.
| Berekening | Bedrag |
|---|---|
| Huurprijs ex btw | € 2.500 |
| Btw 2025 (9%) | € 225 |
| Btw 2026 (21%) | € 525 |
| Verschil per maand | + € 300 |
Boeking gemaakt in 2025, verblijf in 2026 — welk tarief?
Hier zit een veelgemaakte misverstand. Het moment van de overnachting is leidend, niet het moment van boeken of betalen. De Belastingdienst is hier expliciet over: ook als u in november 2025 al boekte en betaalde voor een verblijf in maart 2026, geldt het 21%-tarief.
Voor hoteliers en verhuurders betekent dit dat ze creditfacturen moeten sturen voor boekingen waarop in 2025 nog 9% btw is berekend voor een 2026-verblijf. Sommige hotels — zoals Hotel Casa in Amsterdam — hebben aangekondigd het verschil zélf te dragen voor gasten die al in 2025 boekten. Dat is een commerciële keuze, geen wettelijke verplichting.
Hoe zit het bij arrangementen — hotel + ontbijt?
Veel hotels bieden all-in arrangementen aan: overnachting met ontbijt, of overnachting plus diner. Hier wordt het ingewikkeld:
- Logies en bijbehorende voorzieningen (kamer, schoonmaak, parkeren, gas/water/licht): 21%
- Aparte horecadiensten (ontbijt, lunch, diner, drankjes): 9% (deze blijven onder verlaagd horecatarief)
- Toegang tot zwembad of attractiepark als losse dienst: 9%
Bij een all-in prijs moet de hotelier deze splitsen op basis van marktwaarde. De Belastingdienst geeft een rekenvoorbeeld: weekendverblijf marktwaarde € 280, ontbijt marktwaarde € 70, totaal marktwaarde € 350. Dan is logies 80% (21%) en ontbijt 20% (9%) van de prijs.
Strategieën — hoe vermijdt u de verhoging?
Volledig ontsnappen aan de verhoging is moeilijk, maar er zijn opties:
1. Kamperen blijft op 9%
Wie tent of camper wil meenemen naar een kale kampeerplaats, betaalt nog gewoon 9% btw. Voor families met camper is dit financieel substantieel voordeliger geworden ten opzichte van een gemeubilleerd chalet.
2. Vakantie in het buitenland
De btw-tarieven op logies in buurlanden zijn lager: Duitsland 7%, België 6%, Frankrijk 10%, Spanje 10%. De Nederlandse hotellerie waarschuwt zelf dat tot 30% van de bezoekers naar het buitenland kan uitwijken — vooral in de grensregio's.
3. Particuliere verhuur (kleine ondernemersregeling)
Particulieren die incidenteel via Airbnb verhuren en onder de kleine ondernemersregeling vallen (omzet onder € 20.000 per jaar) hoeven geen btw af te dragen. Voor wie een vakantie boekt: zoek dan particuliere aanbieders die niet btw-plichtig zijn.
4. Boek lang vooruit bij hotels die garanties geven
Sommige hotels (zoals Hotel Casa) garanderen de in 2025 geboekte prijs ook voor 2026-verblijven en dragen het btw-verschil zelf. Niet alle ketens doen dit — bij voorkeur schriftelijk laten bevestigen.
Wat is de bedoeling van deze maatregel?
Officieel: meer belastinginkomsten en vereenvoudiging van het btw-stelsel. Tot nu toe golden voor logies en horeca verschillende tarieven (9% en 21%) wat administratief complex is. De verhoging brengt logies onder het standaardtarief.
Maatschappelijk: er is forse kritiek vanuit de hotellerie en recreatieparken. Brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland (KHN) waarschuwt voor banenverlies en het wegtrekken van gasten naar het buitenland. Tegelijk ziet het kabinet weinig bewijs dat de btw-verhoging op hotels — die overigens primair binnenlandse prijzen verhoogt — zorgt voor een grote uitstroom van toeristen.
Nieuwsupdate
Tot het schrijven van dit artikel (mei 2026) blijft de verhoging onveranderd van kracht. Lobbyactiviteiten van de horecasector om de maatregel terug te draaien hebben — anders dan voor cultuur, media en sport — geen succes opgeleverd. De Tweede Kamer heeft het ook expliciet niet meer op de agenda gezet.
Houd in de gaten of bij Prinsjesdag 2026 (september) opnieuw aanpassingen worden voorgesteld. Voor nu: reken op de 21%, en boek bewust waar dat kan.
Wettelijke basis: Belastingplan 2025, artikel XXI, onderdeel B, onder b11 (Eerste Kamer 17 december 2024). Cijfers gecheckt op 9 mei 2026 tegen Belastingdienst.nl.